• Sabine van Deudekom

    Sabine van Deudekom

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', recenseert voor NBD Biblion, fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondje en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 628 andere volgers

Communication for Excellence (How Company)

Daar aan de uitgestrekte zee
waar onbekenden tot een groepje werden gevormd
brachten openheid en inzicht groei

Dat is apenliefde deel vier

Heb je deel drie al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Bedenkelijk tikte Paulina met haar vinger tegen haar wang. ‘Het is een mooie jurk.’
‘Maar?’
‘Je draagt dit soort kleding nooit.’
‘Nee, dat klopt, ik wilde eens wat anders proberen.’
‘Maar voel je je er wel comfortabel genoeg in?’
Helen haalde haar schouders op. ‘Hij zit prima.’
‘Dat bedoel ik niet.’ Paulina hees zichzelf in een strakke, zwarte leren broek. ‘Ik ben bang dat je je ongemakkelijk gaat voelen.’ Ze bond haar lange bruine haren in een staart en draaide deze in een knot op haar hoofd. ‘Begrijp me niet verkeerd hoor, hij staat je echt heel leuk, maar ik ken je een beetje. Jij begeeft je het liefst onopvallend op de achtergrond. In die jurk kun je dat wel vergeten. Daarin ga je zéker opvallen.’
Zuchtend trok ze de jurk uit en liet zich op het bed zakken. ‘Mijn moeder had dus gelijk, de jurk is te uitdagend.’
‘Uitdagend?’ Paulina begon te lachen. ‘Je moeder heeft duidelijk nog nooit in mijn kledingkast gekeken, ze heeft er echt geen verstand van.’ Ze bracht haar hoofd dichter bij de spiegel en inspecteerde een beginnende puist op haar kin.
‘Het is eerder een degelijke jurk, niet geschikt voor deze gelegenheid. Je hebt toch wel iets anders bij je?’
Ze haalde een zwarte spijkerbroek, een topje en een licht grijze blouse uit haar tas en keek haar vriendin vragend aan.
Ter goedkeuring stak ze haar duim omhoog en concentreerde zich weer op haar spiegelbeeld.
Helen vouwde het jurkje netjes op, streek even over de zachte stof en stopte het toen in haar tas. Ze vroeg zich af of ze het ooit zou dragen. Misschien moest ze het ook maar gewoon terug brengen naar de winkel. Ze had de bon toch nog bewaard. Ze trok haar kleren aan en haalde een borstel door haar haren. Het voelde nog steeds vreemd nu ze niet meer zo lang waren. Stiekem had ze er nu al een beetje spijt van dat ze zo impulsief haar haren had laten afknippen en verven, maar dat zou ze nooit hardop tegen iemand zeggen en al helemaal niet tegen haar moeder. Ze haatte het als haar moeder gelijk kreeg. Ze keek naar Paulina die uiterst geconcentreerd haar wimpers krulde met een wimpertang. Helen had nog nooit haar wimpers gekruld, een beetje mascara vond ze genoeg. Ze liet haar vriendin achter in de slaapkamer en liep door de flat heen. De meeste studenten in Amsterdam betaalden een hoge prijs voor een klein kamertje in een studentenhuis maar er waren ook mensen die het geluk altijd aan hun zijde hadden, zoals Paulina. De flat was van haar tante die voor onbepaalde tijd naar Londen was vertrokken. Het was een hele ruime, modern ingerichte flat, van alle gemakken voorzien. Helen kon zich niet voorstellen hoe het zou zijn om helemaal alleen in zo’n grote flat te wonen. Voorlopig was ze nog tevreden met haar knusse zolderkamer, al verlangde ze er wel steeds vaker naar om haar ouderlijk huis te verlaten. Ze keek door het raam naar buiten. In een grote stad zou ze echter niet willen wonen. Ze zou er niet kunnen aarden.
‘Help je me straks mee met de hapjes en zo?’ vroeg Paulina die achter haar was verschenen met een fles parfum in haar handen. Ze spoot een wolkje in de lucht en liep er doorheen. ‘Zo, ik ben er klaar voor.’ Op haar tenen draaide ze zich om en wenkte haar. ‘Kom, dan laat ik je even zien waar alles staat.’

© S. v. Deudekom

Dat is apenliefde deel drie

Heb je deel twee al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Lichamen persten zich samen op de trap. Een zoete weeïge parfumgeur, vermengt met zweet en knoflook, drong haar neus binnen. Lijdzaam liet Helen zich met de stroom mensen naar beneden voeren, haar armen stevig om haar tas geklemd.
Paulina stond in de drukke stationshal op haar te wachten en keek verrast toen ze haar vriendin in de menigte ontdekte. Ze stak haar hand omhoog en zwaaide. ‘Jeetje Helen, je had me wel even mogen waarschuwen. Ik herkende je bijna niet,’ zei ze toen ze elkaar omhelsden. Ze zette een stapje achteruit. Aandachtig bekeek ze haar nieuwe kapsel. ‘Wanneer heb je dat gedaan?’
‘Een paar dagen geleden, hoe vind je het?’
‘Gewaagt! Ik moet er even aan wennen, hoor.’
Helen streek langs haar pony.
‘Wat vond je moeder ervan?’
‘Dat doet er niet toe.’
‘Sinds wanneer?’
‘Ik heb echt mijn moeders goedkeuring niet nodig.’
Paulina trok haar wenkbrauwen op.
Helen negeerde haar blik. ‘Ik heb echt zin in een feestje. Hoe laat komen de anderen? Heb je veel mensen uitgenodigd? Ik ken natuurlijk helemaal niemand, maar dat maakt niet uit, toch? Zijn het leuke mensen? Ik heb een jurkje gekocht, maar ik weet nog niet of ik dat aan doe. De verkoopster zei dat het me heel leuk staat en dat het goed bij mijn haarkleur past, maar ja, dat kunnen natuurlijk ook gewoon verkooppraatjes zijn. Ben je op de fiets of gaan we met de metro?’ Ze pakte haar tas van de grond en keek om zich heen.
‘Jezus mens, wat slik jij?’
Helen keek haar niet begrijpend aan.
‘Laat maar,’ grinnikte Paulina en ze haakte haar arm door die van Helen. ‘We gaan niet met de fiets of de metro, een kennis van me brengt ons even thuis, hij staat voor het station op ons te wachten.’

De kennis van Paulina, een donkere, lange, slanke man, zat voor op de motorkap van een zilvergrijze Mercedes. Toen hij hen zag aankomen, schoot hij een peuk weg en opende alvast het voorportier aan de passagierszijde.
‘Helen, dit is Owen.’
Owen stak zijn hand uit. Ze moest haar hoofd optillen om hem aan te kunnen kijken. Hij glimlachte naar haar. Ze pakte zijn hand vast zonder deze te schudden en staarde in zijn guitige bruine ogen.
‘Ga jij maar voorin zitten,’ hoorde ze Paulina zeggen.
‘Nee, nee,’ sputterde ze tegen. ‘Ik zit liever achterin.’
‘Ik denk dat Helen een beetje bang voor me is,’ zei Owen en ze voelde hoe hij een klein kneepje in haar hand gaf die nog steeds in de zijne lag.
Geschrokken trok ze haar hand weg.
‘Dat komt omdat je waarschijnlijk de allereerste zwarte man bent die ze ontmoet in haar leven,’ lachte Paulina terwijl ze instapte.
Helen voelde het bloed naar haar wangen stijgen.

De rit duurde niet lang. Paulina en Owen zaten aan één stuk door te praten met elkaar, maar het gesprek volgen deed ze niet echt. Haar vriendin had gelijk, ze had inderdaad nog nooit een zwarte man ontmoet, maar dat betekende niet dat ze wereldvreemd was of zo, ze had heus wel eens zwarte mensen gezien. Het kostte haar moeite niet naar hem te kijken en probeerde zich te concentreren op een vogelpoepvlek op haar ruit.
‘At your service,’ zei hij tegen Paulina toen hij de auto voor haar flat parkeerde.
Ze boog zich naar hem toe en kuste hem op zijn wang.
Helen greep snel naar haar tas en maakte aanstalten om uit te stappen.
‘Tot vanavond, Helen.’ Hij ving haar blik in de achteruitkijkspiegel.
Ze glimlachte naar hem en stapte uit.

© S. v. Deudekom