• Sabine

    Sabine

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondjes en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 642 andere volgers

Het onbeschreven boek

Er was eens een onbeschreven boek. Het was helemaal leeg, van de eerste tot de laatste pagina. Het was een oud boek met een stoffige donkerbruine kaft, een gouden slot en vergeelde bladzijden. Hij stond samen met een hele hoop andere boeken in een boekenkast.
Het onbeschreven boek voelde zich helemaal niet prettig tussen de andere boeken. Die boeken hadden allemaal een verhaal. Verhalen vol spanning en avontuur, sprookjesverhalen of romantische liefdesverhalen. Hij had geen verhaal. Hij had geen eens een titel! De andere boeken maakten hem belachelijk en lachten hem uit. Weggestopt tussen een enorm dik en kleurrijk sprookjesboek en een lange smalle dichtbundel versierd met gekrulde letters, voelde het onbeschreven boek zich met de dag ellendiger.

Op een dag werd het sprookjesboek van de plank getrokken. Het onbeschreven boek schoof onbedoeld een stukje mee naar voren, balanceerde een moment op het randje van de plank en viel er toen pardoes overheen. Met een doffe klap belandde hij op de vloer. 20150329_183032 Daar lag hij dan, met een kapot slot, opengeslagen op zijn eerste bladzijde.
Hij keek naar boven en zag de andere boeken vanaf de planken zwijgend op hem neerkijken.
‘Kijk uit!’ waarschuwde één van de encyclopedieën op de middelste plank.
Tot zijn grote ontzetting zag het onbeschreven boek een paar zwart geribbelde pantoffels, in volle vaart op hem af komen. Hij zette zich schrap. De botsing die volgde deed hem rondtollen over de houten vloer. Toen hij eindelijk tot stilstand kwam, lag hij tussen de stofpluizen, ver weg onder de boekenkast, alleen en in het donker. Ver boven hem hoorde hij de andere boeken lachen: ‘Opgeruimd staat netjes, een boek zonder verhaal hoort tóch niet thuis in een boekenkast.’
Ze hebben gelijk, dacht het onbeschreven boek verdrietig en legde zich neer bij zijn lot.

Dagen, weken en maanden gingen voorbij tot er ineens iets veranderde. De bijna altijd zo schemerige en stille kamer, vulde zich met zonlicht en met fluweelzachte klanken van klassieke muziek. Een fris briesje deed de stofpluizen onder de kast in het rond dansen. 20150329_183125 Het onbeschreven boek hoorde de andere boeken praten en vroeg zich af wat er allemaal gebeurde, maar hij kon niet verstaan wat ze zeiden en het enige wat hij kon zien waren verschillende schoenen die heen en weer schuifelden langs de boekenkast waaronder hij verscholen lag.
En zo gebeurde het dat de kamer waar het onbeschreven boek zich bevond helemaal leeg werd gemaakt, zonder dat hij het in de gaten had. De grote boekenkast werd leeggeruimd, de boeken verdwenen in dozen en de dozen werden één voor één weggedragen. Het zware koloniale bureau en de bureaustoel, werden via een touw aan een katrol, uit het raam naar beneden gelaten. Daarna was de boekenkast aan de beurt. Met vier man sterk werd de kast omhoog getild en naar het raam gedragen.
Het onbeschreven boek schrok van de plotselinge verandering om hem heen. Wat gebeurde er allemaal?
Een man die gereed stond met een mop en een emmer sop, zag het opengeslagen boek op de vloer liggen. Hij bukte zich om het op te pakken, blies het stof eraf en bladerde er vluchtig doorheen.
“Leeg,” mompelde hij en legde het in de vensterbank. Neuriënd ging hij aan het werk. Het onbeschreven boek keek om zich heen. Een enorm gevoel van eenzaamheid overmande hem. Waar waren alle andere boeken gebleven?

De stilte was wedergekeerd en terwijl de zon langzaam onder ging, werd de lege kamer in schemering gehuld. Het onbeschreven boek was alleen achtergebleven op de vensterbank. Niemand had meer naar hem omgekeken. Hij had nooit gedacht dat hij de andere boeken nog eens zo zou missen. In de deuropening van de kamer verscheen een poesje. Het was een klein zwart poesje met een wit befje en witte sokjes. Met haar grote groene ogen keek ze nieuwsgierig de kamer rond. Voorzichtig trippelde ze naar binnen, zette zich schrap en sprong boven op de vensterbank. Daar krulde ze haar staart om zich heen en begon aan een uitgebreide wasbeurt.
Het onbeschreven boek was blij met het onverwachtse gezelschap en slaakte een diepe zucht. Het poesje maakte een hoog sprongetje met alle vier haar pootjes tegelijk in de lucht en zette blazend een hoge rug op zodra ze weer stevig op de vensterbank stond. ‘’ Wie is daar?’
Het onbeschreven boek had niet meteen in de gaten dat het poesje hem bedoelde. Hij keek alleen maar om zich heen, zoekend naar degene die haar zo had laten schrikken. ‘Ik zie helemaal niemand,’ zei hij hardop tegen zichzelf.
Het poesje deinsde achteruit, ontblootte haar nagels en gaf het boek dat geluid maakte een harde tik.
Het onbeschreven boek realiseerde zich ineens dat het poesje hem kon horen en meteen voelde hij zich niet meer zo alleen. Spontaan begon hij te lachen.
‘Wat ben jij een raar boek! Boeken horen niet te praten of te lachen!’ riep het poesje uit en ze deelde nog een tik uit.
‘Zeg, hou daar eens mee op!’ riep het onbeschreven boek verontwaardigd uit.
‘Het spijt me,’ zei het poesje. ‘Ik heb nog nooit een boek horen praten. Je hebt me laten schrikken.’ Het poesje kwam snuffelend dichterbij. ‘Zijn er meer boeken zoals jij? Boeken die ik kan verstaan?’
‘Dat weet ik niet,’ antwoordde het onbeschreven boek. ‘De andere boeken die ik ken zijn allemaal weg en ik weet niet waar naartoe. Ik ben helemaal alleen achtergebleven in deze kamer.’
Het onbeschreven boek vertelde aan het poesje wat hem was overkomen. 20150329_183149
Ze luisterde aandachtig naar hem tot hij uitgesproken was, en vroeg: ‘Waarom deden de andere boeken zo lelijk tegen jou?’
Het onbeschreven boek zweeg, want daar wilde hij helemaal niet over praten.
‘Wat is er? Durf je het niet te vertellen?’ vroeg het poesje.
‘Ik heb geen verhaal,’ mompelde hij bijna onhoorbaar.
‘Je hebt geen verhaal?’ Het poesje begon te lachen.
‘Ja, lach me maar uit, dat ben ik wel gewend,’ zei hij verdrietig.
‘Ik lach omdat je onzin uitkraamt. Heb je me zojuist niet jouw verhaal verteld?’
Daar moest het onbeschreven boek even over nadenken.
‘Ik denk dat je al meer hebt meegemaakt dan al die andere boeken bij elkaar,’ ging het poesje verder terwijl ze bovenop hem ging zitten en met haar kinnetje langs de rand van zijn kaft streek. ‘En maak je geen zorgen,’ zei ze spinnend. ‘Ik zorg wel dat jouw verhaal niet in deze kamer eindigt.’

Het onbeschreven boek had geen idee wat het poesje van plan was, maar hij voelde zich bevoorrecht dat ze hem wilde helpen. Het leek erop dat hij een echte vriendin in haar gevonden had.
‘Zeg poesje, hoe heet je eigenlijk?’
‘Ik heb een heleboel namen. De ene noemt me zus en de ander noemt me zo. De meest gebruikte naam is: poes.’
‘En waar woon je dan?’
Het poesje rekte zich uit. ‘Ik heb net zoveel huizen als ik namen heb, maar in geen van die huizen woon ik echt. In het ene huis ga ik eten en in het andere ga ik op jacht. Dan heb ik een huis waar ik heen ga als ik een massage nodig heb of een snackje tussendoor, daar heb ik er overigens meerdere van, en als ik ga slapen zoek ik een huis op waar het lekker warm is en ik comfortabel kan liggen.’
‘Wat kwam je hier dan doen?’
‘Ik ben hier eigenlijk om te jagen, want op de zolder van dit huis vind ik altijd wel een muis om te pesten, maar vandaag werd ik afgeleid omdat het huis anders is als anders. Het is bijna helemaal leeg, net als deze kamer en ik heb het mens helemaal niet gezien wat hier normaal op haar pantoffels rond sloft.’
Het onbeschreven boek begon zich meteen weer zorgen te maken. 20150329_183218
Het poesje keek van de vensterbank omlaag en wierp toen een blik naar de deur. ‘Ik ga je naar beneden brengen, want als je hier boven blijft heb je weinig kans dat je verhaal nog een vervolg krijgt.’ Ze draaide zich om en gaf met haar achterpootjes een voorzichtige trap.
Wederom viel het onbeschreven boek op de vloer, maar deze keer vond hij het helemaal niet erg. Hij voelde zich zowaar opgelucht.
Het poesje sprong achter hem aan en door vervolgens met haar voorpootjes en kopje tegen het boek aan te duwen, schoof ze hem beetje bij beetje naar de deur toe en de gang in. Al snel hadden ze samen een hele afstand afgelegd. Toen ze bovenaan de lange trap waren aangekomen, stopte het poesje met duwen. Hijgend keek ze naar beneden.

Moeten we dáár vanaf? dacht het onbeschreven boek. Hij wist niet of dat nu wel zo’n goed idee was. Hij zou vast helemaal uiteen vallen. Hij wenste dat hij pootjes had, net als het poesje, dan zou hij net als haar trede voor trede naar beneden lopen, want een val van deze hoogte zag hij helemáál niet zitten. Nee, dan bleef hij liever waar hij was. Daar dacht het poesje echter heel anders over. Ze had beloofd dat ze het boek zou helpen en dat was precies wat ze van plan was te doen. Onverschrokken nam ze een aanloop en een hoge sprong en nog voordat het onbeschreven boek verder kon piekeren, roetsjten ze samen met enorme snelheid over de trap omlaag. Het poesje zette zich schrap, haar  20150329_202558klauwtjes stevig in de kaft van het boek geslagen, haar snorharen wapperend in de wind.
Eenmaal beneden gleden ze al cirkelend verder door de lange gang en stevende recht op de voordeur af. Het poesje kneep haar oogjes stijf dicht en dook in elkaar.
Op dat moment zwaaide de deur open. Het poesje en het onbeschreven boek kwamen tegen een paar in panty’s gehulde benen tot stilstand.
Een vrouw begon te gillen, het poesje begon te blazen en het onbeschreven boek, die kon alleen maar blijven liggen.
‘Weg jij!’ riep de vrouw. “Kssst, kssst.’ Met haar tas zwaaide ze wild in het rond in een poging het poesje naar buiten te jagen.
‘Het wordt tijd dat ik ga!’ riep het poesje naar het onbeschreven boek. Ze sprong opzij om de vrouw te ontwijken, rende vliegensvlug het huis uit en draaide zich om. ‘Ik hoop dat je snel iemand vindt, die je een verhaal geeft!’ riep ze, maar nog voordat het onbeschreven boek iets terug kon zeggen tegen zijn enige vriendin, smeet de vrouw de voordeur met een harde klap dicht.

‘Zo, die is weg,’ mompelde ze en knipte een paar lichten aan. Ze zette haar tas neer, streek haar rokje glad en zakte door haar knieën om het boek van de vloer te rapen. ‘En wat hebben we hier.’ Ze bekeek het boek van alle kanten, zijn voorkant, zijn achterkant, zijn rug. Ze sloeg hem open en weer dicht. Tenslotte haalde ze haar schouders op. Met het boek onder haar arm liep ze door de gang naar de keuken en van de keuken naar de woonkamer. Haar hoge hakken tikkend op de vloer.
Het onbeschreven boek vroeg zich af wie de vrouw was en wat ze kwam doen. Hij wist zeker dat ze niet bij het huis hoorde. Voorzichtig deed hij een poging om met haar te praten, maar al snel kwam hij erachter dat de vrouw hem niet kon verstaan. Zwijgzaam liet hij zich dus maar door het huis dragen.
Nee, dacht het boek toen ze de trap naderden, ik wil niet terug naar boven! Straks laat ze me daar achter en ben ik helemaal terug bij af! Maar wat kon hij doen? Helemaal niets. ‘Stop!’ riep hij tevergeefs. ‘Stop!’ Maar haar benen stopten niet, ze brachten hem hoger en hoger, tot er ineens een harde dingdong door het lege huis galmde. Even hield de vrouw stil, wachtte tot de volgende dingdong en draaide zich toen om. Opgelucht zag het onbeschreven boek de benedenverdieping weer dichterbij komen.
‘Meneer en mevrouw Penseel. Welkom,’ begroette de vrouw het echtpaar dat voor de deur stond en schudde hen de hand.
Verwachtingsvol keken de man en vrouw naar binnen.
‘Zal ik jullie voor gaan? Dan beginnen we boven.’ Ze begeleidde de man en de vrouw naar de trap, waar ze het boek op de onderste trede neerlegde. ‘Ik zal jullie eerst even het hele huis laten zien en dan laat ik jullie even alleen.’
“Dat is goed,’ antwoordde de man.
Het begon het onbeschreven boek langzaam maar zeker te dagen. De mensen die bij het huis hoorden, waren vertrokken en hadden alle spullen inclusief de boeken met zich meegenomen. Binnenkort kwamen er nieuwe mensen in het huis wonen, mogelijk meneer en mevrouw Penseel. De kans was groot dat er dan ook boeken met hen meekwamen. Misschien waren die boeken vriendelijker dan de boeken waarmee hij in de boekenkast had gestaan. Hij kon ze vertellen wat hij had meegemaakt en wie weet kon hij dan vrienden met ze worden, net zoals met het poesje. Met een beetje geluk kwam er zelfs iemand wonen die hem een verhaal zou geven. Dan zou hij eindelijk een écht boek worden. Ja, hij zou in het huis blijven. Wat hem betrof mocht de vrouw hem straks weer helemaal naar boven brengen. Daar zou hij dan geduldig wachten op de nieuwe bewoners van het huis.

Maar het onbeschreven boek had helemáál geen geluk, hij had zelfs enorme pech, want toen het DSC_2764echtpaar weer was vertrokken, pakte de vrouw het boek van de trap, deed het licht uit, verliet het huis en trok de deur achter zich dicht. Ze liep naar de straat waar een grote stalen puincontainer stond. Met een zwaai gooide ze het boek over de rand. Hij belandde boven op een stapel puin en voelde alle hoop verloren gaan. Tot overmaat van ramp begon het ook nog zachtjes te miezeren. Gelukkig waren zijn bladzijden nog enigszins beschermd door zijn omslag, maar als het zo door bleef regenen zou dat niet lang meer duren. Het papier zou al het vocht opnemen, zacht worden en kapot gaan. Niemand zou er nog een verhaal op kunnen schrijven, maar ach, dat maakte niet meer uit. Het werd tijd, vond het onbeschreven boek, om te accepteren dat hij nooit meer een écht boek zou worden, want niemand zou hem nog zien liggen tussen deze rommel en al zou iemand hem zien, hij was kapot en vies. Niemand zou hem willen hebben. Dit was het einde. Hij was nu niet meer dan een stuk vuil.
En zo verstreek een lange troosteloze nacht, die langzaam plaatsmaakte voor een nieuwe dag. Het zonnetje straalde licht, maar naarmate de ochtend overging in de middag werden haar stralen sterker en sterker. Het onbeschreven boek begon langzaam wat te drogen. Op straat was het rustig. Zo nu en dan reed er een auto of fietser voorbij of passeerde een voetganger de puincontainer. Het onbeschreven boek keek omhoog naar de lucht waar hij af en toe een vogel zag vliegen of een felgekleurde vlinder zag fladderen.
Ineens klonk er gerinkel in de verte. Het geluid kwam steeds dichterbij.
Er kwamen twee jongens op hun fiets de straat in gereden. Ze rinkelden met hun fietsbellen en lieten de voorwielen van hun crossfietsen de lucht in steigeren. Slippend hielden ze stil bij de puincontainer.
‘Geef me eens een steuntje?’ vroeg één van hen terwijl hij zijn fiets op de grond liet vallen. ‘Misschien ligt hier nog iets bruikbaars.’
De andere jongen gehoorzaamde hem zonder iets te zeggen. Hij ging met zijn rug tegen de container staan en vlocht zijn handen in elkaar. De ander zette zijn voet daarin, greep zich vast aan de rand en klom eroverheen. Met zijn handen in zijn zij stond hij bovenop het puin en keek om zich heen. ‘Aha, daar zie ik al iets!’ Hij bukte zich en greep een stuk hout beet. ‘Kijk!’ riep hij, gooide het hout naar beneden en trok een volgend stuk hout tussen het puin vandaan.
‘Hoe krijgen we dat mee op de fiets?’ vroeg de jongen die beneden de stukken hout van de grond raapte.
‘Zeur niet man, dat gaat ons echt wel lukken, hier vangen!’
De jongen liet het hout uit zijn handen vallen en ving een boek op. Hij sloeg het open. De bladzijden waren leeg.
‘Dit is wel genoeg,’ zei de ander die zich ondertussen over de rand van de container wierp, zich afzette en met een sprongetje op de grond naast zijn fiets terecht kwam. Hij pakte de stukken hout op en hees met één hand zijn fiets omhoog. ‘Draag jij dat boek maar.’
‘Dat is goed,’ zei hij en klapte het boek dicht. Hij ritste zijn trainingsjasje een stukje open en stak het boek erin.
Natuurlijk had het onbeschreven boek geen idee waarom de jongens hem meenamen en waar ze hem naartoe zouden brengen, maar alles leek hem beter dan de puincontainer.
Toen hij weer tevoorschijn werd gehaald, zag hij nog meer jongens. Ze praatten, lachten en rookten sigaretten. Eén van hen stond gebukt naast een kuil waarin krantenproppen lagen. Hij streek een lucifer af en stak de proppen aan. Zodra ze begonnen te branden, legde hij er wat dunne takken bovenop. ‘Leg dat maar bij de voorraad,’ gebaarde hij naar het tweetal.

20150408_220623Het onbeschreven boek werd samen met de stukken hout bovenop een hoop takken, oude kranten en tijdschriften gegooid. Het vuur naast hem laaide gevaarlijk hoog op. Hij kon het niet geloven. Steeds als hij dacht dat het niet erger kon, gebeurde er toch weer iets waardoor hij nog dieper in de penarie raakte. Als hij nu aan de andere boeken uit de boekenkast zou kunnen vertellen wat hem de afgelopen paar dagen was overkomen, zouden ze hem niet geloven, dat wist hij zeker. Hij vroeg zich af hoe het met hen ging. Ze stonden nu vast ergens in een nieuw huis, in een nieuwe boekenkast, veilig met zijn allen bij elkaar.
De jongen die het vuur had aangemaakt, pakte nog een paar takken en gooide deze op het vuur. Toen raapte hij het boek van de stapel.
Het onbeschreven boek riep tevergeefs om hulp. ‘Niet doen! Help!’
De grijpende vlammen kwamen gevaarlijk dichtbij.
‘Wat doe je!’ hoorde hij ineens een stem roepen.
De jongens hadden het ook gehoord en draaiden zich allemaal tegelijk om. Achter hen stond een blond meisje met een fiets in haar hand. Achterop de fiets lag een dikke leren boekentas, die stevig onder een stel rubberen snelbinders was gebonden. ‘Je mag geen vuur maken,’ zei ze tegen de jongen met het boek in zijn hand en duwde haar roze brilletje omhoog.
‘Bemoei je er niet mee,’ snauwde de jongen.
De andere jongens keken hem grinnikend aan.
‘Is dat niet je zusje?’ vroeg één van hen.
De jongen reageerde niet.
‘Wat heb je daar?’ vroeg het meisje. ‘Is dat een boek?’
Hij draaide zich naar het vuur en hield het boek erboven.
‘Nee!’ riep het boek
‘Nee!’ riep het meisje.
‘Wil je het hebben, boekenwurm?’ vroeg de jongen met een gemene grijns op zijn gezicht.
Het meisje keek hem boos aan, in haar voorhoofd een diepe frons. ‘Als je dat boek in het vuur gooit, ga ik aan papa en mama vertellen wat je aan het doen bent.’ Ze bewoog snuivend haar neus op en neer en duwde weer haar brilletje omhoog.
De anderen begonnen hard te lachen en keken hun vriend afwachtend aan.
Hij staarde een ogenblik nadenkend in het vuur en haalde toen zijn schouders op. Met een zwaai slingerde hij het boek weg.
Het onbeschreven boek vloog door de lucht en maakte ten slotte een zachte landing op het gras tussen de klavers. DSC_2868
Vlak naast hem bloeide een klavertje vier. Hij hoorde de jongens in de verte lachen en joelen tegen hun vriend.
Al snel had het meisje het boek gevonden en knielde naast hem neer. Ze pakte hem op en wreef voorzichtig de viezigheid van zijn omslag. Daarna nam ze hem mee naar haar fiets waar ze haar boekentas opende en hem in één van de vakken naast een dikke agenda en een paar schriften schoof.

Thuis aangekomen haalde het meisje het boek uit haar tas. Ze legde het op de keukentafel. Bij het zien van het kapotte slot schudde ze zuchtend haar hoofd.
Ze pakte een vaatdoek van het aanrecht, hield deze onder de lauwe kraan, wrong de doek stevig uit en veegde toen zorgvuldig de omslag van het boek schoon.
Het onbeschreven boek was heel erg opgelucht dat hij dankzij het meisje aan de gevaarlijke vlammen was ontkomen, en nu probeerde ze hem ook nog op te lappen, iets waar hij eigenlijk heel erg blij van zou moeten worden, maar door alles wat hem inmiddels was overkomen, durfde hij niet te genieten van de aandacht die het meisje aan hem besteedde. Hij had alle hoop verloren en was alleen maar bang. Hij keek argwanend om zich heen op zoek naar nieuwe gevaren. Op het eerste gezicht kon hij niets ontdekken. Het was een gewoon huis.

‘Dag meisje, ik heb je helemaal niet binnen horen komen.’ In de deuropening van de keuken verscheen een vrouw.
‘Dag mam,’ antwoordde het meisje. Ze verborg het boek achter haar rug.
‘Wat verstop je daar?’ vroeg de vrouw.
Het meisje haalde nonchalant haar schouders op.
‘Elma Penseel? Je weet wat je vader heeft gezegd. Geen onnodige rotzooi meer mee naar huis nemen. We moeten juist af van al die rommel. Dat is alleen maar extra ballast tijdens de verhuizing.’
‘Maar het is geen rommel.’ Aarzelend haalde het meisje het boek tevoorschijn en stak het voor zich uit om het aan haar moeder te laten zien. ‘Het is een boek.’
De vrouw kwam dichterbij. ‘Hoe kom je daar nu weer aan.’
Het meisje klemde haar lippen op elkaar.
‘Het ziet er oud en versleten uit.’
‘Dat klopt, maar het is geen rommel.’
‘Wat moet je ermee? Je hebt al zoveel boeken.’
‘Dit is een speciaal boek.’
De vrouw rolde met haar ogen. ‘Neem het dan maar snel mee naar je kamer, voordat je vader thuis komt.’
‘Dank je wel, mama!’ riep het meisje en rende naar haar kamer waar ze het boek op haar bureautje legde.
Het onbeschreven boek zag meteen dat er een heleboel andere boeken in de kamer aanwezig waren, de meesten in een boekenkast of op planken aan de muur. Sommigen lagen op een stapel vlak naast hem op het bureautje en dan waren er ook nog enkele die op de grond lagen of op een klein kastje naast het bed. Al snel begonnen een aantal van de boeken tegen hem te praten.
‘Zeg, wie ben jij?’ vroeg één van hen. ‘Wat is je titel?’
‘Ja, vertel eens iets over jezelf?’ vroeg een ander.
Het onbeschreven boek zei niets. Hij was veel te bang dat ze hem zouden uitlachen zoals de andere boeken altijd hadden gedaan.
‘Het is een zwijgzaam type,’ klonk het vanaf de hoogste boekenplank.
‘Misschien komt hij uit een ander land en verstaat hij ons niet,’ werd er geantwoord vanaf het nachtkastje.
‘Ik denk dat hij gewoon verlegen is,’ zei een van de boeken op de grond.
‘Je hoeft niet bang te zijn hoor,’ klonk het vlak naast hem. Het was het bovenste boek op de stapel. ‘Ik ben een schoolboek, net als de anderen op deze stapel. Wij zijn hier tijdelijk. Ieder jaar verhuizen we naar een ander huis. We weten dus hoe het is om een nieuweling te zijn.’
‘Dat is het niet,’ begon het boek aarzelend. ‘Ik ben niet zoals jullie. Ik ben een onbeschreven boek. Ik heb geen verhaal en ik heb geen titel.’
‘Maak je geen zorgen!’ riep één van de boeken op de grond. ‘Er zijn er veel meer zoals jij. Ikzelf ben ook heel lang een onbeschreven boek geweest. Ik voelde me altijd een buitenstaander, maar nu heb ik geen lege bladzijde meer over! Ik ben helemaal vol geschreven, getekend en geplakt.”
Het onbeschreven boek kon het bijna niet bevatten. Er waren andere boeken zoals hij, onbeschreven boeken, wachtend op een verhaal! Hij was zo gelukkig met deze kennis dat zijn angst als sneeuw voor de zon verdween.
Die avond kwam het meisje aan het bureautje zitten en ritste haar etui open. Ze pakte haar lievelingspen en opende het boek. Net toen ze de punt van haar pen op het papier wilde zetten, 20150416_203516sprong er een poesje op het bureau. Het was een klein zwart poesje met een wit befje en witte sokjes.
‘Hé, lieve poes, ben je er weer?’ vroeg het meisje glimlachend en kriebelde haar onder haar kinnetje.
Het poesje miauwde luid en zette haar pootje op de lege bladzijde van het opengeslagen boek.

Eind

© Sabine van Deudekom

Vorige bericht
Volgende bericht
Een reactie plaatsen

6 reacties

  1. Angel

     /  18 april 2015

    Wat een leuke verhaaltjes waren het. Vind t jammer dat t klaar is. Verheugde me steeds op een nieuw verhaal

    Liked by 1 persoon

    Beantwoorden
    • Sabine van Deudekom

       /  19 april 2015

      Alles heeft een einde hahaha, maar erg leuk dat je je er steeds op verheugde 😉

      Like

      Beantwoorden
  2. Rineke

     /  19 april 2015

    Wat ontzettend leuk geschreven! Ik bleef steeds nieuwsgierig naar het volgende hoofdstukje.
    Goed gedaan. 🙂

    Liked by 1 persoon

    Beantwoorden
  3. wat een leuke wending. Ik heb de hoofdstukken met plezier gevolgd. Dankjewel.

    Liked by 1 persoon

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: