• Sabine

    Sabine

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondjes en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Gepubliceerd

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 641 andere volgers

Meneer Stroopwafel

DSC00036

Vandaag is het woensdag, de dag die ik zoals altijd begin met een wandeling door het park samen met mijn hond Rosie. Rondom mij hoor ik eikels uit de bomen vallen. Ze stuiteren op het pad. Sommige eikels kraken kapot onder mijn schoenen. Net zoals de vochtige grondachtige geur van paddenstoelen en afstervend blad, vertelt het mij dat de herfst is ingetreden.

Plotseling wordt mijn neus geprikkeld door een vleugje zoetigheid. Het is de geur van meneer Stroopwafel. Zo heet hij natuurlijk niet echt. Ik heb hem die naam gegeven omdat hij naar vers gebakken stroopwafels ruikt. Ik weet helemaal niets van de man, behalve dat hij net als ik iedere week op dezelfde dag op hetzelfde bankje in het park zit. We zeggen elkaar gedag als ik op het bankje ga zitten, maar we hebben verder nog nooit een praatje gemaakt. Ik weet niet goed waarom, maar ik vind hem een beetje raar. Rosie heeft echter totaal geen problemen met meneer Stroopwafel, ze raakt zelfs zoals altijd een beetje opgewonden bij het vooruitzicht hem weer te ontmoeten en ik vertrouw volledig op het oordeel van mijn trouwe viervoeter.

Ik groet meneer Stroopwafel, ga zitten en geniet van de warme zon op mijn gezicht terwijl ik aandachtig luister naar de geluiden om mij heen. De piepende zijwieltjes van een passerende kinderfiets, vrolijke kinderstemmetjes aan de rand van de vijver, luid kwakende eenden bedelend om een stukje brood, het tikken van een wandelstok.

‘Goedemorgen,’ klinkt een vriendelijke vrouwenstem.

Rosies staart tikt ritmisch tegen mijn been. Meneer Stroopwafel zegt niets. Ik draai mijn hoofd in de richting van de stem: ‘Goedemorgen mevrouw.’

‘Vindt u het goed als ik naast u kom zitten?’

‘Natuurlijk,’ antwoord ik.

‘Ik houd zo van de herfst, al die prachtige kleuren.’ Ze installeert zich naast mij op het bankje. ‘O’, zegt ze dan geschrokken en ze raakt even mijn arm aan. “Neemt u mij niet kwalijk.’

‘Dat geeft niet, mijn zonnebril heeft u vast op het verkeerde been gezet.’

‘Inderdaad, maar ik had het kunnen zien aan uw hond, wat een lieverd, mag ik haar aanhalen?’

‘Ja hoor, dat mag.’

De vrouw begint gezellig tegen Rosie te kletsen en al snel weet ik dat zij en haar man vroeger ook een Golden Retriever hadden, Mo genaamd. Mo was geen blindengeleidehond, zoals Rosie, maar zeker net zo lief en trouw. Hij ging iedere dag met haar man mee, die marktkoopman was. Iedereen die de markt bezocht, kende Mo. Hij hoorde er gewoon bij. Inmiddels waren haar man en de hond overleden.

‘Het is vandaag tien jaar geleden dat mijn man overleed,’ zegt ze terneergeslagen.

Ik wil iets zeggen om haar te troosten.

‘Ik kom net van de begraafplaats,’ gaat ze verder. ‘Ik heb het graf schoongemaakt, het was bijna helemaal verstopt onder de herfstbladeren. Het was best een klus. Ik ben er een beetje moe van geworden, ik ben tenslotte ook de jongste niet meer.’

‘Dan is het goed dat u hier even bent gaan zitten.’

‘Wilt u misschien een verse stroopwafel met mij delen?’

Haar vraag verrast me. Ik hoor hoe ze de rits van haar tas opent en al snel worden we omringt door de herkenbare volzoete geur van koek en stroop. Ik denk aan meneer Stroopwafel en moet een lach onderdrukken.

‘Mijn man had een eigen stroopwafelkraam. Het was écht een mooie kraam, die hij zelf helemaal beschilderd had. Hij was er zo trots op. Na zijn pensioen verkocht hij de kraam met pijn in zijn hart. Daarna bezochten we iedere week samen de markt hier in het dorp, al was het alleen maar om even naar zijn kraam te kunnen kijken. We kochten natuurlijk altijd een verse stroopwafel en als het mooi weer was liepen we door naar het park. Dan gingen we samen gezellig op dit bankje zitten en deelden de stroopwafel.’

Er loopt een rilling over mijn rug.

De vrouw pakt mijn hand vast. ‘Hier, neem een stuk.’

Aarzelend neem ik de plakkerige koek van haar aan en voel dat hij nog een beetje warm is. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik moet het weten. ‘Misschien wil meneer ook een stukje,’ opper ik daarom voorzichtig.

‘Wie bedoel je?’ vraagt ze smakkend, waarna ze lieve woordjes tegen Rosie kirt.

Ik verstijf. Mijn hart lijkt harder te bonzen dan normaal. Rosie legt haar kop geruststellend op mijn schoot. Ik zeg niets meer en neem een hapje.

 

 

© S. v. Deudekom

Vorige bericht
Volgende bericht
Een reactie plaatsen

1 reactie

  1. Harmen Poort

     /  4 november 2015

    Weer een mooi verhaal, knap gedaan! Tja het heeft je veel moeite gekost om mij duidelijk te krijgen dat stroopwafels niet altijd even “vers” zijn. Een verhaaltje om trots op te zijn!

    Like

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: