• Sabine

    Sabine

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondjes en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 642 andere volgers

Een vogel voor de kat deel één

Een vogel voor de katKlein vogeltje in het riet. Oranjebruin verenkleed, zwarte dekveren en grijze handpennen. Lichtgrijze keel. Vermoedelijk een baardmannetje (vrouwelijk). Onno krabbelde de plaats en datum boven de notitie en stak zijn boekje in één van de borstzakken van zijn legergroene parka. Hij zette de verrekijker nog eens tegen zijn ogen. Het vogeltje vloog weg, maar het maakte niet uit, hij moest toch naar huis om Marie te helpen met het eten.

 

Thuis trok hij zijn rubberen laarzen uit, zette deze netjes naast elkaar op de mat en schoof zijn voeten in de pantoffels die Marie voor hem onder de warme radiator had klaargezet. Zijn jas hing hij aan de kapstok in de gangkast. Uit de keuken klonk het monotone gebrom van de afzuigkap en het gekletter van pannen. Haastig liep hij de gang door en duwde de keukendeur open. De keukenramen waren licht beslagen. Zijn vrouw stond aan het aanrecht, haar wangen rood als appeltjes, in haar handen een stamper.
‘Marie, wat ben je aan het doen?’
Geschrokken keek ze op. ‘Jeminee, je laat me schrikken. Ik hoorde je helemaal niet binnenkomen.’
Hij drukte een kus op haar wang en wierp een terloopse blik op de pan met aardappelen. ‘Marietje,’ zei hij zacht. ‘We hadden toch afgesproken om samen te koken?’
Ze streek een pluk haar uit haar verhitte gezicht. ‘Ik wilde gewoon alvast beginnen.’
Hij sloeg zijn armen om haar heen en legde zijn kin op haar grijze hoofd. Hij rook de zoete geur van haar appeltjesshampoo.
‘En, heb je mooie vogels gezien vandaag?’ Ze keek naar hem op.
‘Hm, ik geloof dat ik een baardmannetje heb gezien, maar dat moet ik straks even opzoeken.’
‘Een baardmannetje,’ herhaalde ze en maakte zich los uit zijn omhelzing. ‘Daar heb ik nog nooit van gehoord.’ Ze haalde een pak melk uit de voorraadkast, draaide het dopje eraf en trok aan het plastic lipje. Haar gezicht vertrok.
‘Geef maar,’ zei Onno, maar ook bij hem wilde het lipje niet meegeven. Geërgerd trok hij er harder aan. Wie verzint verdomme zulke sluitingen, dacht hij toen het lipje eindelijk los schoot en er een beetje melk uit de opening klotste. Weten ze dan niet dat sommige mensen dit met geen mogelijkheid open kunnen krijgen? Hij goot een scheut melk over de aardappelen heen. ‘Ga jij maar zitten lief. Ik doe de rest wel.’
Marie deed haar schort af en ging aan de kleine vierkante keukentafel zitten. Voor haar, op het blauw wit geblokte tafelkleed, lag een opengeslagen boek. Onno zag dat het bijna uit was. ‘Ga je vanavond naar je boekenclubje?’
Ze sloeg een bladzijde om. ‘Ja, Paula komt me om half acht ophalen.’
Nu zijn vrouw haar eigenlijke hobby niet meer kon uitvoeren, was hij blij dat ze zoveel plezier genoot in het lezen en bespreken van boeken, al was het natuurlijk totaal niet te vergelijken met handwerken. Regelmatig pakte ze haar borduurdoos uit de kast en rommelde daar dan wat in en soms betrapte hij haar met één van haar borduursels in haar handen. Dan streek ze in gedachten met haar vingers over de kleurrijke patronen. Ze mistte het borduren, dat wist hij, maar ze probeerde er het beste van te maken, zo was zijn Marietje.
Hij gluurde in de pan op het fornuis, viste er een bloemkoolroosje uit en stak deze in zijn mond. ‘Perfect,’ mompelde hij en hij goot het water af.

Het was tien uur toen Onno zijn leesbril afzette en zijn vogelboek dichtklapte. Marie zou snel thuiskomen. Misschien kon hij alvast naar boven gaan om haar kant van het bed te verwarmen. Hij kwam overeind uit de leren fauteuil, knoopte zijn kamerjas dicht en slofte naar de gang. Plotseling hield hij stil. Hij hoorde iets. Het kon Marie nog niet zijn. Daar was het weer, alsof iemand tegen de voordeur bonsde. Hij keek om zich heen en greep naar de houten wandelstok, die uit de paraplubak stak. Je wist het ten slotte maar nooit. Tegenwoordig hoorde je zo vaak van die vreselijke verhalen over oude mensen, die in hun eigen huis overvallen werden. Met de wandelstok tegen zijn borst geklemd, gluurde hij door het kijkgaatje. Hij zuchtte, opende de deur en keek naar zijn jongste zoon, die voorovergebogen met zijn hoofd tussen zijn knieën, op zijn stoepje zat. Hij leek in gesprek te zijn met zichzelf en murmelde onverstaanbare woorden.
Met de wandelstok tikte hij hem zachtjes aan. ‘Jeffrey.’
Het horen van zijn naam deed de jongen verschrikt opkijken. ‘Pa!’
‘Schreeuw niet zo, ik ben niet doof.’ Hij hees hem aan zijn arm omhoog.
Jeffrey greep zijn kamerjas met beide handen beet en barstte in lachen uit.
‘Wat doe je hier in deze toestand?’ vroeg Onno.
‘Mamaatje is jarig dus ik…kom op visite.’
‘Je moeder is niet thuis, en ze is zondag pas jarig.’
Jeffrey liet hem los en keek hem verdwaasd aan.
‘Ik hoop niet dat je zo achter het stuur bent gekropen,’ zei Onno hoofdschuddend terwijl hij zijn kamerjas fatsoeneerde.
‘Zit niet te zeiken, pa! Waarom moet je altijd zo zeiken!’ Hij zocht steun tegen de deurpost. ‘Ik voel me niet zo lekker.’
Onno deed een stap opzij.
Zijn zoon strompelde de gang door, rukte de deur van de wc open en liet zich op de grond zakken.
‘Je kunt hier niet blijven. Ik wil niet dat je moeder je zo ziet.’
Jeffrey stak zijn arm omhoog. ‘Geef me maar wat geld, dan ben ik weg.’
Aarzelend keek hij naar de open hand van zijn zoon.
‘Geef me godverdomme gewoon wat geld!’ galmde Jeffreys stem door het toilet.
Hij verstijfde.
Jeffrey kokhalsde en spuugde.
Snel draaide hij zich om en liep naar de woonkamer om wat geld uit het potje te pakken wat achter in de lade van de secretaire stond.
Toen hij terug kwam, was Jeffrey overeind gekrabbeld. Hij griste het briefje van vijftig uit zijn vingers, liep naar buiten en trok zonder om te kijken de voordeur met een harde klap achter zich dicht.
Onno ontspande zijn schouders en wierp een blik in het toilet. Met vertrokken gezicht spoelde hij de bruin-gelige brij door, spoot een beetje luchtverfrisser in het rond en wapperde een keer met zijn handen. Hij deed het licht in de woonkamer uit en liep naar boven. Langzaam poetste hij zijn tanden, starend naar zijn spiegelbeeld. Toen kroop hij in bed en ging op het plekje van Marie liggen.

 

Vorige bericht
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s