Ik ben Floris. Ik ben een mannetjesschaap. Mijn schapenvrouwtje zegt dat ik een nieuwsgierig en slim schaap ben. Daarom houdt ze mij soms voor de gek en probeert ze sommige dingen voor mij te verbergen, want anders ga ik kattenkwaad uithalen, zegt ze. Ik weet niet hoe dat kan hoor, kattenkwaad uithalen, ik ben toch zeker geen kat, maar goed, ondeugend kan ik wel zijn en dat zal ze er wel mee bedoelen. Maar laten we eerlijk zijn, ik moet toch een beetje leven in de brouwerij brengen hier op de knuffelweide waar ik woon. Ik ben nu eenmaal geen standaard schaap dat de hele dag een beetje saai staat te grazen. Bovendien ben ik niet alleen, ik heb vijf vriendinnen en met al die vrouwen moet je af en toe toch even laten zien wie de baas is. Vooral als je geen lammetjes meer kunt voortbrengen. Dan word je toch niet meer helemaal serieus genomen. Voor je het weet wordt de leiding overgenomen door zo’n hittepetit. Nee hoor, dat laat ik niet gebeuren. Ik mag echter ook niet TE ondeugend zijn, dan wordt mijn schapenvrouwtje boos en als ze boos wordt gaat ze nare dingen zeggen, bijvoorbeeld dat ik moet oppassen dat ik geen broodje shoarma word! Dat zegt ze alleen maar omdat ik het dan te bond heb gemaakt, daar meent ze helemaal niets van hoor want wij zijn echte vrienden. Vrienden voor het leven.

DSC_0030-1

Onze vriendschap ontstond toen ik nog maar een heel klein lammetje was. Ik stond op een wei met mijn moeder en een heleboel andere schapen. Iedere week kregen wij meermaals visite op de wei van meerdere schapenvrouwtjes waaronder mijn schapenvrouwtje, die toen nog niet echt mijn schapenvrouwtje was, want toen was ik nog van een boer, die ons daar op die plek had gezet zodat we met zijn allen het gras konden opeten. Dat moest kort blijven en gras eten kunnen wij schapen natuurlijk als de beste.

DSC_0049-1

Ik weet het nog goed hoor, hoe we door de boer met zijn allen in een grote rijdende kooi werden gestopt. Het was best krap zo met zijn allen en ik was een beetje bang dat ik geplet zou worden of mijn moeder kwijt zou raken. Ik was opgelucht toen we weer uit de kooi mochten. Ik rende en sprong samen met de andere lammetjes door het gras, zo blij was ik en ik nam me meteen voor dat ik weg moest wezen zodra de boer weer kwam, want hij joeg mij en de andere schaapjes alleen maar op en ik wilde ook niet meer in die krappe kooi staan.

Alle schaapjes van mijn kudde waren altijd blij om de schapenvrouwtjes te zien, al durfde niet iedereen heel dicht bij hen te komen. Ik had echter al heel snel door dat ze niets deden. Ze waren niet zoals de boer. De schapenvrouwtjes die ons kwamen bezoeken waren lief voor ons. Ze lieten ons zelf beslissen of we naar hen toe kwamen of niet. We kregen schoon water en brokjes om te eten, maar het allerfijnste waren de knuffels die we kregen. Het is zo fijn om lekker gekriebeld en geaaid te worden onder onze buikjes, tussen onze wol en onder onze kinnetjes. Je gelooft het misschien niet, maar wij zijn echte knuffelbeesten hoor.

DSC_0181-1

Ik vond mijn schapenvrouwtje, die toen nog niet echt mijn schapenvrouwtje was meteen het allerleukste. Ik kreeg altijd extra veel aandacht van haar en een naam, vriendje, dus ik wist zeker dat zij ook mij het allerleukste vond. Als zij ons kwam bezoeken, ging ik altijd heel dicht tegen haar aanliggen, omdat ik haar wilde laten weten hoe lief ik haar vond. Ik voelde me ook veilig bij haar, ze was een beetje zoals mijn moeder. Toen ik wat ouder werd, vertelde mijn moeder me dat ik moest zorgen dat ik het sterkste ramlammetje van de kudde werd. Ik moest met de andere ramlammetjes vechten voor mijn plek. Ik vond het maar vreemd dat ze dat zei en ook helemaal niet leuk want ik wilde niet vechten. Ik hield niet van vechten, maar mijn moeder was heel resoluut en deed voor hoe ik met mijn kop moest stoten. Het was heel belangrijk, zei ze, want alleen de sterkste ramlammetjes mogen blijven, de anderen worden door de boer weggebracht en komen nooit meer terug. Ik begreep er niets van, hoezo weggebracht, waarheen dan, maar dat wilde mijn moeder niet vertellen. Ze keek me alleen maar droevig aan.

Nu ik een volwassen schaapje ben weet ik wat mijn moeder destijds bedoelde, de meeste ramlammetjes worden als ze groot en dik genoeg zijn namelijk meteen in de pan gehakt, ofwel, we belanden als een koteletje op een bord. Verschrikkelijk, vind je ook niet?

DSC_0256-1

Ik probeerde wel te doen wat mijn moeder zei, maar het lukte me niet zo goed. Ik was veel beter in lief zijn tegen de andere schaapjes en tegen de schapenvrouwtjes die ons bezochten. Op een dag waren alle schapenmoeders in rep en roer. Eén van hen had uit de gesprekken tussen de schapenvrouwtjes vernomen dat de boer een dezer dagen zou komen om alle lammetjes weg te halen. Ik kon het niet geloven en rende heel hard naar mijn schapenvrouwtje toe, die toen nog niet echt mijn schapenvrouwtje was, want ik wilde niet weg bij mijn moeder maar ook niet bij haar. Ze sloot me in haar armen en zei dat alles goed kwam. Zij zou er wel voor zorgen dat ik niet in de pan werd gehakt. Mijn moeder zag het gebeuren en was heel opgelucht en blij voor mij, maar ze was ook treurig, want ik werd dan misschien wel geholpen door het schapenvrouwtje, wat toen nog niet echt mijn schapenvrouwtje was, maar wij zouden binnenkort hoe dan ook van elkaar gescheiden worden. Ik was nu immers groot genoeg om mezelf te redden. Ik had haar niet meer nodig.

Toen de dag aanbrak dat de boer kwam, gaf het schapenvrouwtje, wat toen nog niet echt mijn schapenvrouwtje was, een stapeltje papier aan hem en daarna joeg hij alle lammetjes in de kooi behalve mij en toen joeg hij tot mijn grote schrik ook ineens mijn schapenmoeder de kooi in. Ik begreep er helemaal niets van en ik begon in paniek naar haar te roepen. Het geeft niet mijn kleine man, riep ze terug. Het komt goed. Je bent veilig! Eén van de andere schapenmoeders waar wij altijd veel mee optrokken ontfermde zich over mij. Wees maar niet bang zei ze, er gebeurt niets met je moeder, ze gaat naar een andere kudde om tot rust te komen zodat ze weer nieuwe schapenkinderen kan krijgen, dat is normaal. Wij schapenmoeders zijn altijd zo moe van het grootbrengen van onze schapenkinderen dat we daar, als jullie groot genoeg zijn, een tijdje van moeten bijkomen en dat kan niet als jullie in de buurt zijn. Het is moeilijk, dat weet ik, dat is het leven van een schaap, maar jij boft, jij hebt nu een eigen schapenvrouwtje, daarom blijf jij hier en gaat je moeder weg. Binnenkort ga je vast met je schapenvrouwtje mee naar huis. Dan hoef je nooit meer bang te zijn dat de boer je komt ophalen. Dat klonk als muziek in mijn oren, maar toch was ik verdrietig. Samen met de andere schapenmoeders moest ik een hele tijd hard en treurig blaten, zij om hun schapenkinderen en ik om mijn schapenmoeder en ook mijn vriendjes en vriendinnetjes die ik nooit meer zou zien.

Gelukkig heb ik inmiddels nieuwe vriendinnen. De volgende keer vertel ik hoe ik van een ram een hamel werd ofwel een schaap zonder ballen, tot de volgende keer!

3 reacties op “Het begin

  1. Echt een goed stukje, je hebt echt het gevoel dat het floris is die het verteld. Ik leef helemaal mee met hem. ❤️❤️

    Liked by 1 persoon

  2. Els schellen

    Heel mooi geschreven je leeft helemaal mee.

    Liked by 1 persoon

  3. Super leuk! Leuk ook om Floris weer als lammetje te zien. 😍💖

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: