• Sabine

    Sabine

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondjes en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Gepubliceerd

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 594 andere volgers

Dat is apenliefde deel twee

Heb je het eerste deel al gelezen?

 

Helen keek naar haar weerspiegeling in het keukenraam. Het was een vreemde gewaarwording. Haar gezicht leek een andere vorm te hebben gekregen. Het was net alsof ze naar een andere vrouw keek volwassener, iemand met stijl.
De keukendeur vloog open en haar moeder keek haar met grote ogen aan. ‘Wat heb jij nou gedaan!’
‘Ik ben naar de kapper geweest.’
‘Ja, dat zie ik ook wel.’
Helen zette de plastic tassen op de keukentafel en trok haar jas uit.
‘Er is wel héél veel vanaf, daar krijg je vast spijt van, en dan die kleur, is het geverfd of is het een spoeling?’
‘Spoeling.’
Mistroostig schudde haar moeder haar hoofd en bestudeerde de achterkant van haar nieuwe bobkapsel. ‘Ik snap niet waarom je het donkerbruin hebt laten kleuren. Je hebt toch prachtig blond haar van jezelf.’
‘Saai blond haar,’ mompelde Helen.
‘Wat is dat allemaal?’ vroeg haar moeder wijzend op de plastic tassen.
‘Ik heb wat nieuwe kleren gekocht.’
Nieuwsgierig keek ze in één van de tassen, viste er een topje uit en hield het tussen twee vingers omhoog alsof het een vieze onderbroek was.
‘Ik heb een mooie jurk gekocht voor het feestje van Paulien.’ Trots hield ze de jurk tegen zich aan.
‘Aubergine.’
‘Ja, de verkoopster zei dat het goed bij mijn nieuwe haarkleur past.’
‘Daar heeft ze gelijk in, maar het is wel erg kort.’
‘Hij valt net boven mijn knieën.’
‘En die korte mouwen vind ik nou niet echt iets voor deze tijd van het jaar.’
‘Ik ben toch binnen.’
‘Het is veel te uitdagend, dat is vragen om problemen.’
Helen hield de jurk omhoog en keek er vertwijfeld naar.

Het was zaterdagmiddag. Helen stond op het verlaten perron en keek op het bord dat vlak boven haar hoofd hing. Nog een paar minuten. Ze stak haar handen in de zakken van haar parka en wipte van haar ene voet op de andere. De wind sneed in haar gezicht. Vannacht zou het gaan vriezen.
Ze dacht aan haar moeder die het nog steeds niet eens was met haar beslissing om naar het feestje te gaan. Met de meest afschuwelijke scenario’s had ze haar de afgelopen dagen geprobeerd op andere gedachten te brengen en het relaas van net galmde nog na in haar hoofd. Goed op je spullen letten. Beter niet met buitenlanders of andere vage types praten. Geen gekke dingen doen. Oppassen dat iemand niet iets in je drankje stopt. Vanavond niet alleen naar het station gaan. Bellen als je in de trein zit. Niet treuzelen bij het overstappen en bellen als je vertraagd bent. Ze had maar niet aan haar moeder verteld dat ze helemaal niet thuiskwam vannacht. Dat was het nadeel van wonen in een klein dorp, er reden geen treinen meer naartoe zo laat, en ze was echt niet van plan al om half tien weg te gaan, het feest begon pas om negen uur. Dan kon ze net zo goed helemaal niet gaan, iets wat ze om andere redenen nog wel even overwogen had, maar ze moest nu wel gaan al was het maar om een punt te maken. Ze was geen klein kind meer!
Luid getingel verbrak haar gedachten. Het rode licht naast de spoorwegovergang begon te knipperen en de spoorwegbomen zakten naar beneden. In de verte zag ze het gele gevaarte dichterbij komen.
In de trein bekeek ze vluchtig de aanwezigen en ging toen tegenover een ouder echtpaar zitten. Langzaam kwam de trein in beweging. Helen zuchtte. Over een paar uur zou ze in Amsterdam zijn. Dan zou ze opgaan in de massa. Ze negeerde het samentrekken van haar maag en concentreerde zich op het voorbijtrekkende landschap.

Word vervolgd

Dat is apenliefde deel een

Met een ruk trok Helen haar jaloezieën omhoog en keek door het zolderraam naar buiten. De lucht was grauw, de daken vochtig en dikke rookpluimen stegen op uit de schoorstenen. In haar dakgoot zaten drie dikke grijze duiven naast elkaar te rusten. Ze draaide zich om en knipte de gekleurde lampjes aan van het kerstboompje op haar nachtkastje. Het boompje was in het hele huis het enige teken van de aankomende feestdagen. Vroeger toen ze klein was, stond er iedere kerst een grote, rijkelijk versierde boom in de huiskamer, maar dat vonden haar ouders tegenwoordig veel te veel gesjouw. Nu zette haar moeder een paar dagen voor kerstmis alleen een paar rode kerststerren in de vensterbank, en de oude houten kerststal op de schouw.
Helen stopte een kerstkaart voor haar vriendin Paulien in een envelop en streek met haar tong langs de zoete plakrand.
Het was alweer ruim vijf maanden geleden dat Paulien voor haar studie naar Amsterdam verhuisde. Sindsdien hadden ze elkaar nog maar twee keer gezien. Gisteren belde ze haar om haar uit te nodigen voor een feestje aankomend weekend, maar ze wist nog niet of ze zou gaan. Ze had een hekel aan Amsterdam. Het was er veel te druk. Auto’s, bussen, trams, fietsers en dan nog die hordes mensen die je omverliepen als je niet uit keek. Ze werd er alleen maar nerveus van en ze had trouwens ook niets om aan te trekken, want ze ging bijna nooit naar feestjes. Iets van Paulien lenen zat er ook niet in, want in tegenstelling tot haar vriendin was zij wél uitgedijd gedurende de jaren. Daarnaast had Paulien een veel te excentrieke kledingstijl ontwikkeld, totaal niet haar smaak, al wist ze eigenlijk niet goed wat haar smaak dan wel was. Ze opende haar kledingkast en bekeek de kleurloze inhoud. Het verbaasde Helen soms dat zij en Paulien nog bevriend waren. Ze groeiden samen op, speelden als jonge meisjes veel met elkaar, maar naarmate ze ouder werden veranderde dat, wat volgens Helen vooral door haar ouders kwam. Met name haar moeder had altijd overal problemen en gevaren gezien die er niet waren. Haar vriendinnen mochten heel veel en zij mocht vooral heel veel niet, wat haar een buitenbeentje had gemaakt.
Paulien en zij wilden samen op judo. Ze waren een jaar of acht geweest en het leek hen super stoer. Paulien kreeg meteen toestemming van haar ouders, maar haar moeder vond het absurd. Judo was geen sport voor meisjes, turnen of ballet, dat vond ze een beter idee en hoe ze ook zeurde, haar moeder hield voet bij stuk. Haar vriendinnen mochten op hun dertiende naar de kinderdisco, die iedere laatste vrijdag van de maand georganiseerd werd in het buurthuis, maar zij niet en dat terwijl er altijd toezicht werd gehouden door een aantal ouders. Iedere vrijdagavond als haar vriendinnen in de disco waren, trok zij zich terug op haar kamer zodat haar ouders haar niet zagen huilen. Op haar veertiende mocht Paulien make-up kopen van haar zakgeld, ze mocht met vriendinnen winkelen in het dorp, ze mocht op tienertoer en mocht toen ze vijftien was samen met een vriendje naar de bioscoop en zij, zij hing iedere keer weer aan haar lippen als ze vertelde wat ze allemaal had meegemaakt. Ze hield van haar ouders, maar realiseerde zich heel goed dat ze veel had gemist als opgroeiende tiener.
Zuchtend bekeek ze zichzelf in de passpiegel aan de binnenkant van de kastdeur, en draaide haar gezicht van links naar rechts.
‘Helen!’ klonk de scherpe stem van haar moeder.
Beneden schraapte de deur over het dikke tapijt, gevolgd door doffe voetstappen op de zoldertrap. Haar moeder stak haar hand door het kralengordijn wat in haar deuropening hing en schoof het opzij. ‘Waarom geef je geen antwoord?’
‘Ik was in gedachten,’ mompelde Helen, terwijl ze haar lange blonde haren tot net boven haar oren vasthield. ‘Misschien laat ik mijn haren afknippen.’
‘Ach liefje, jij bent toch helemaal geen type voor kort haar. Dat past helemaal niet bij je. Bovendien moet je dat iedere morgen in model brengen, daar heb jij het geduld niet voor.’ Ze betastte haar grijze knot. ‘Je kunt het beter opsteken, zoals ik, dat is veel gemakkelijker.’
Helen liet haar haren los.
‘Ik ga boodschappen doen, ga je mee?’ vroeg haar moeder die aanstalten maakte haar kledingkast te sluiten.
Helen hield haar tegen. ‘Nee, ik zoek iets om aan te trekken naar het feestje van Paulien.’
‘Het feestje van Paulien? Wanneer?’
‘Zaterdagavond.’
Haar moeders ogen werden groter. ‘In Amsterdam?’
‘Ja mam, in Amsterdam.’
‘Hoe kom je dan weer thuis?’
Ze haalde nonchalant haar schouders op. ‘Met de laatste trein denk ik.’
Haar moeder klemde haar lippen op elkaar en keek haar een moment bedenkelijk aan. ‘Weet je wel dat de trein ’s nachts vol zit met van die ongure types,’ zei ze toen. ‘Straks gebeurt er iets met je.’
Helen onderdrukte de neiging om met haar ogen te rollen.
‘Trouwens,’ ging haar moeder verder. ‘Je kent verder helemaal niemand op dat feestje. Het lijkt me geen goed idee. Ik zou er nog maar even goed over nadenken.’ Ze verliet de kamer en liep de trap af.
Even bleef Helen staan luisteren naar de houten kralen die wild tegen elkaar aantikten. Dit was dus typisch haar moeder. Ze uitte haar ongezouten mening en nog voordat je er ook maar iets tegenin kon brengen, was ze alweer verdwenen. Zuchtend volgde Helen haar naar beneden.

Haar vader zat onderuitgezakt in zijn stoel de krant te lezen, zijn in pantoffels gestoken voeten lagen over elkaar op de donkereiken salontafel.
‘Aad, heb je al gehoord wat Helen van plan is?’
Er klonk niet meer dat een zacht gemompel.
‘Ze wil zaterdagavond naar een feestje gaan,’ zei ze terwijl ze zijn voeten van de tafel duwde en het witte gehaakte kleedje gladstreek. ‘In Amsterdam.’
‘O, wat leuk.’
‘Aad! Luister je wel?’ siste ze en ze trok zijn krant opzij.
‘Ja, ik luister Joke. Helen gaat naar een feestje in Amsterdam,’ zei haar vader rustig terwijl hij haar over zijn leesbril aankeek.
‘Ze wil met de trein gaan,’ ging haar moeder verder.
Helen ontmoette haar vaders vragende blik.
‘Wat zit je nou schaapachtig te kijken, Aad. Je snapt toch wel wat dat betekent? Dan moet ze midden in de nacht over dat smerige station lopen, waar al die zwervers en drugsdealers rondhangen.’ Ze sloeg dramatisch een kruisje. ‘Straks wordt ze nog door één of andere viezerik gegrepen!’
‘Er is vast wel iemand die haar naar haar perron wil brengen, toch Helen?’
‘Wat bazel je nou! Dan zit ze toch helemaal alleen in die trein! Je hebt zeker dat verhaal niet gelezen wat laatst nog in de krant stond, van die arme meid die lastig werd gevallen in de trein. Er was niemand om haar te helpen, zelfs geen conducteur.’ Demonstratief sloeg ze haar armen over elkaar. ‘Jij kunt haar toch wel met de auto ophalen?’
‘Jezus! Echt niet!’ protesteerde Helen. ‘Ik ben tweeëntwintig hoor, geen twaalf!’
‘Niks mee te maken.’ Haar moeder draaide zich om en beende naar de keuken.
Haar vader vouwde zijn krant dicht en wreef vermoeid over zijn kale hoofd. ‘Ik kan je voor het station ophalen, niemand hoeft het te weten,’ probeerde hij.
Resoluut schudde ze haar hoofd. ‘Nee, ik wil het niet!’

Wordt vervolgd deel twee