Dat is apenliefde deel zes

Heb je deel vijf al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

‘Wat doe je!’ herhaalde Helen.
‘Je bent van slag.’
‘Ja, gek he? Ik word door een grote neger een slaapkamer in geduwd!’
Met een scheef lachje op zijn gezicht keek hij haar aan. ‘Je hebt meer praatjes dan vanmiddag.’
Ze wendde haar blik af.
‘Waarom vertel je niet gewoon wat er aan de hand is?’
‘Omdat het jou niks aan gaat.’
‘Zal ik Paulien even halen?’
‘Nee!’ snauwde ze.
Hij hield afwerend zijn handen omhoog.
‘Als je me zo graag wilt helpen, help me dan ongezien hier weg te komen.’
‘Wil je me dan wel vertellen wat er is gebeurd?’
‘Ik hoor hier gewoon niet te zijn, dat is alles.’
‘Zegt wie?’
‘Zeg ik. Ik ken die mensen niet. Het zijn niet mijn vrienden.’
‘Paulien is toch je vriendin.’
Ze snoof en bukte zich om haar tas van de grond te pakken.
‘Wat heeft ze gedaan?’
‘Ze heeft me uitgenodigd.’
Fronsend keek hij haar aan.
‘Ik ben een ongewenste gast, uitgenodigd uit beleefdheid en medelijden, want ik woon in een dorp, bij mijn ouders en ik leid een saai bestaan. En omdat ze niet had verwacht dat ik zou komen en ze nu met me opgescheept zit, zet ze me maar in als een hulpje om haar gasten te voorzien van een hapje, want ik ben natuurlijk niet bijzonder genoeg om me onder haar echte vrienden te kunnen scharen dus waarom zou ze de moeite doen om me aan iemand voor te stellen!’ Ruw wreef ze met haar hand over haar wang om een traan weg te vegen. ‘Ik wil hier weg.’

Zodra de auto van de parkeerplaats reed, haalde ze diep adem, opgelucht dat ze weg was uit de flat, maar wat nu. Ze zat bij een vrijwel onbekende man in de auto en niemand wist waar ze was. Haar ouders dachten dat ze bij Paulien was en Paulien wist niet dat ze was vertrokken. Het kon wel eens uren duren voordat ze tot die ontdekking kwam, misschien pas als het feest ten einde was. Er kon veel gebeuren in die tijd.
Ze wierp een schuine blik opzij. Owen concentreerde zich op de weg en draaide met een vlakke hand op het stuur soepel de bochten door. Om zijn ringvinger zat een zegelring. In het donker kon ze niet zo goed zien welke kleur hij had, donkergroen of donkerblauw misschien. Ze schraapte haar keel. ‘Rijd je naar het station?’
‘Nee, dat heeft weinig zin, die laatste trein is al lang vertrokken.’
Ze keek naar de klok op zijn dashboard. Hij had gelijk. ‘Waar breng je me dan naartoe?’
‘Er zijn drie opties.’ Owen zette de radio zachtjes aan en zocht de zenders af tot er een rustig rhythm en blues nummer door de luidsprekers klonk. ‘Ik breng je naar huis,’ zei hij terwijl hij één vinger omhoogstak.
‘Dat is bijna twee uur rijden, hoor.’
Hij haalde zijn schouders op waarmee hij aangaf dat het hem niks kon schelen.
‘Ik wil niet naar huis,’ zei ze hoofdschuddend. Heb je enig idee hoe lang ik dan naar het gezeur van mijn moeder moet luisteren, dacht ze erachteraan.
Hij stak twee vingers omhoog. ‘Ik zet je af bij een hotel, dan kun je morgenvroeg de trein pakken.’
Helen dacht na.
‘Of drie, je gaat met mij mee naar huis en we hebben de rest van de nacht onvergetelijke seks zoals je nog nooit hebt meegemaakt en dan breng ik je morgen naar het station.’
Haar adem stokte in haar keel. Ze boog naar voren in haar stoel en begon te hoesten.
‘Rustig maar, ik plaag je alleen,’ lachte hij.
Hij parkeerde de auto en zette de motor af. ‘Gaat het?’
Ze knikte.
Hij deed zijn gordel los en draaide zich naar haar toe. ‘Even serieus, ik wil je best bij een hotel afzetten, maar je mag ook met mij mee als je dat wilt. Ik beloof je dat ik me zal gedragen. Je kunt me vertrouwen.’
Ze sloeg haar blik neer en keek bedenkelijk naar haar handen in haar schoot. Een hele nacht in haar uppie in één of ander hotel verblijven, ergens in deze stad waar ze zich sowieso al niet op haar gemak voelde, was niet echt een prettige gedachte, maar meegaan met een man die ze helemaal niet kende was dat evenmin. Misschien moest ze toch maar iemand bellen om te laten weten waar ze was, of stelde ze zich nu gewoon aan. Ze sloot haar ogen, haalde diep adem en liet de lucht tussen haar lippen ontsnappen, probeerde haar hart zo tot bedaren te brengen. ‘Goed, ik ga met je mee.’
‘Prima,’ zei hij en zwaaide zijn portier open. ‘Dan gaan we nu eerst eens voor die cocktail zorgen die ik je heb beloofd.’

Word vervolgd

Dat is apenliefde deel vijf

Heb je deel vier al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Helen liep met een grote schaal in haar handen tussen de mensen door. Het was warm en druk en ze vroeg zich af waar haar vriendin iedereen eigenlijk van kende. Je zou denken dat je met een schaal hapjes makkelijk aanspraak zou hebben, maar behalve dat ze zich nu niet zo verloren voelde, had het totaal geen voordelen. De meesten pakten iets van de schaal zonder haar ook maar een blik te gunnen, een enkeling glimlachte of knikte even. Dachten ze soms dat ze een ingehuurd hulpje was of zo.
‘Ik merk dat er maar weinig mensen oog hebben voor het lekkerste hapje op het feestje.’
Helen liet de schaal bijna uit haar handen vallen. Hij was gekleed in een zwarte broek en een lichtblauw overhemd. De bovenste knoopjes stonden open. Haar blik viel op de kleine zwarte krulletjes op zijn donkerbruine borst.
‘Owen, je bent er ook.’
‘Ja, ik ben er ook,’ zei hij met diepe stem. Zijn donkere ogen glinsterden.
‘Blokje kaas?’ vroeg ze terwijl ze de schaal onder zijn neus duwde.
Behoedzaam nam hij de schaal uit haar handen en zette hem op de salontafel.
Helen voelde zich plotseling naakt zonder de schaal in haar handen. Ongemakkelijk sloeg ze haar armen over elkaar en keek om zich heen.
Een paar mensen schoven de twee leren banken tegen de muur om meer ruimte te creëren in het midden van de kamer. De muziek werd harder gezet.
Owen bracht zijn mond naar haar oor. ‘Heb je het naar je zin?’
‘Ja hoor,’ loog ze.
Hij kneep zijn ogen tot spleetjes.
‘Ja, waarom zou ik het niet naar mijn zin hebben?’
Hij wilde iets zeggen, maar een slanke blonde vrouw op hoge hakken sloeg haar armen om zijn nek terwijl ze haar borsten gewillig tegen hem aandrukte.
Helen wendde gegeneerd haar blik af.
‘Owen, dans met me!’
‘Nu niet,’ hoorde ze hem zeggen, ‘ik ben in gesprek.’
De vrouw onderwierp haar aan een onderzoekende blik, voegde zich toen bij het groepje dansende mensen en begon met haar kont te draaien.
‘Wil je iets drinken?’ vroeg hij met zijn lippen tegen haar oor.
Er ging een rilling door haar heen.
‘Ik kan hele lekkere cocktails maken. Ik heb een keer een workshop gedaan.’
Hij maakte een wild gebaar alsof hij iets schudde, hoog in de lucht gooide en achter zijn rug weer opving en keek haar met een brede grijs aan.
Onwillekeurig moest ze lachen.
‘Ik maak wel wat.’ Voordat ze kon reageren was hij al verdwenen.
De muziek bracht steeds meer mensen rondom haar in beweging. Helen benijdde hen. Ze zou ook wel willen dansen, maar dat kon ze niet, niet hier.
Soms als ze helemaal alleen thuis was, zette ze de muziek hard aan en liet ze zich helemaal gaan. Ze zwaaide haar armen ongecontroleerd alle kanten op, schudde haar hoofd wild heen en weer of draaide tientallen rondjes om haar as als een prima ballerina om vervolgens draaierig ergens neer te vallen. Het sloeg nergens op en je kon het ook geen dansen noemen.
Ze kreeg een stoot van een ellenboog. Een roodharige jongen verontschuldigde zich. Ze verwijderde zichzelf uit haar benauwde positie en ging tegen de muur naast de toog staan, die koel aanvoelde onder haar warme handen. Ze zag Owen staan aan de andere kant van de kamer, in gesprek met de blonde vrouw die eerder gevraagd had of hij met haar wilde dansen. Haar armen lagen rond zijn middel en terwijl ze lachte, gooide ze haar lange blonde haren overdreven naar achteren. Tot zover haar cocktail.

In de keuken draaide ze de dop van een fles cola en schonk een glas in. De fijne koolzuurbelletjes spatte aan het oppervlak van de donkerbruine drank uiteen. Ze nam een grote slok en zette het glas weer neer toen een onaangename geur, scherp en zoet haar neus prikkelde. Ze keek om zich heen terwijl ze snuivend de bron van de geur probeerde te ontdekken. De gesloten lamellen voor het keukenraam schommelden zachtjes heen en weer. Ze schoof één van de lamellen opzij. Het keukenraam stond open. Paulien stond op de galerij. Ze was in gezelschap van een kleine, dunne man met een lange paardenstaart en een net zo dunne vrouw met korte zwarte stekeltjes en een tatoeage in haar nek. De man hield een joint tussen duim en wijsvinger, nam een flinke trek en gaf hem aan Paulien.
‘Wie is die meid eigenlijk die met de hapjes rondloopt, ze lijkt me helemaal niet jouw type,’ hoorde ze de vrouw zeggen.
‘Dat is ze ook niet, allesbehalve dat. Ik ken haar van vroeger, we zijn samen opgegroeid, maar ik ben volwassen geworden en zij, tja, wat zal ik zeggen.’ Ze nam een trek van de joint, inhaleerde diep en liet de rook langzaam tussen haar lippen ontsnappen. ‘Ze is nogal…’
‘Saai?’ probeerde de vrouw terwijl ze de joint van haar overpakte.
‘Ja, en een moederskindje.’
Helen slikte.
‘Waarom heb je haar dan uitgenodigd?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet, uit beleefdheid of zo.’
‘Of uit medelijden,’ opperde de vrouw.
‘Misschien wel, ik had eigenlijk niet verwacht dat ze ook echt zou komen.’
‘Is ze nog maagd?’ vroeg de man.
De twee vrouwen barsten in lachen uit.
Helen trok haar hand weg alsof ze zich brandde aan de lamellen. Ze kon niet geloven wat ze zojuist had gehoord. Ze wilde weg, de keuken uit, de flat uit, de stad uit. Wat deed ze hier! Ze wilde naar huis. Verdwaasd schudde ze haar hoofd. Nee, niet naar huis, echt niet naar huis. Ze kon het haar moeder al horen zeggen: ik heb toch gezegd dat je beter niet kon gaan.
Ze deed een stap achteruit en staarde naar de grond. Hoe kon Paulien zo over haar praten, haar zo belachelijk maken. Wat had ze haar misdaan. Waar had ze dit aan verdiend.
‘Hier ben je,’ hoorde ze Owen zeggen. ‘Ik ga je cocktail maken.’
‘Ik hoef geen cocktail,’ bitste ze.
‘Ho ho, niet zo onvriendelijk.’
Er kwamen meer mensen naar de keuken om drinken te pakken. Ze wilde weglopen, maar hij hield haar tegen. Helen vocht tegen de opkomende tranen. Ze draaide zich om zodat niemand haar gezicht zou zien.
‘Wat is er?’ vroeg Owen.
‘Niets, laat me met rust.’
Owen pakte haar bij haar arm en keek haar aan. ‘Wat is er gebeurd?’
‘Niets zeg ik toch. Laat me los.’
Maar hij liet haar niet los. Hij trok haar mee de keuken uit.
Tevergeefs probeerde ze zich los te maken uit zijn greep, maar hij had haar arm stevig vast. Hij nam haar mee de gang in, waar hij de deur van de logeerkamer opende, haar voor zich uit naar binnen duwde en de deur met zijn voet een zet gaf. Met een knal viel hij in het slot.

Wordt vervolgd

Dat is apenliefde deel vier

Heb je deel drie al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Bedenkelijk tikte Paulien tegen haar wang. ‘Het is een mooie jurk.’
‘Maar?’
‘Je draagt dit soort kleding nooit.’
‘Nee, dat klopt, maar ik wilde eens wat anders proberen.’
‘Maar voel je je er wel prettig in?’
Helen haalde haar schouders op. ‘Hij zit prima.’
‘Dat bedoel ik niet,’ zei ze terwijl ze zichzelf in een strakke, zwarte leren broek hees en een dieprode overslagtop met wijde mouwen en een strikceintuur aantrok. ‘Begrijp me niet verkeerd, hij staat je leuk, maar het is wel een vrij nette jurk en daarom misschien niet zo geschikt voor deze gelegenheid. Ik ben bang dat je je ongemakkelijk gaat voelen als je hem aantrekt.’
‘Mijn moeder vond de jurk uitdagend.’
Met een schamper lachje keek ze haar aan. ‘Je moeder heeft er echt geen verstand van. Je hebt toch wel iets anders bij je?’
Helen hield een spijkerbroek, een wit topje met dunne schouderbandjes en een simpel donkerblauw vestje omhoog.
‘Prima,’ zei Paulien terwijl ze haar zwarte haren in een hoge staart bond.
Helen opende de rits aan de zijkant van de jurk en stapte eruit. Ze vouwde hem netjes op en streek even over de zachte stof, zich afvragend of ze hem ooit zal dragen. Ze deed de andere kleren aan en haalde een borstel door haar haren, iets wat nog steeds een beetje vreemd aanvoelde nu ze niet meer zo lang waren. Paulien was in de badkamer geconcentreerd bezig haar wimpers te krullen met een wimpertang. Helen bleef even in de deuropening staan om naar haar te kijken. Het planchet onder de spiegel lag bezaaid met allerhande cosmetica verpakt in potjes, flesjes, sticks en doosjes. Helen had nog nooit haar wimpers gekruld, en een beetje mascara vond ze wel genoeg. Ze liet haar vriendin alleen en liep naar de woonkamer. De meeste studenten betaalden de hoofdprijs voor een kamer in een studentenhuis of deelden een studio met vrienden zodat het voor iedereen betaalbaar bleef, maar er waren altijd mensen die geluk hadden. De ruime flat waar Paulien woonde, was van haar tante die voor onbepaalde tijd naar Londen was vertrokken. De woonkamer was groot en licht met abstracte kunst in felle sprekende kleuren aan de muren. Er waren weinig meubels. Er stonden twee grote banken met een wit leren onderstel en een stoffen zitting in de kleur beige. Een lage langwerpige witte salontafel stond op een grijs vloerkleed. Er hing een lang wit dressoir met laden aan één van de muren en op een andere muur hing een enorme flatscreen-tv. Via een brede vierkante toog liep ze naar de keuken, wit en glimmend met in het midden een bar met zes metalen barkrukken. Ze bekeek de foto’s en kaarten die met magneten op de deur van een Amerikaanse koelkast waren bevestigd, ze waren duidelijk allemaal van haar vriendin.
Helen kon zich niet voorstellen hoe het was om alleen in deze grote flat te wonen. Ze kon zich überhaupt niet voorstellen hoe het was om alleen te wonen. Het leek haar vooral eenzaam en zelfs een beetje beangstigend. Daarentegen kon het misschien ook wel bevrijdend zijn. Niemand die haar vertelde wat ze wel of niet moest doen, niemand die voor haar bepaalde. Het was wel iets waar ze steeds vaker over nadacht, vooral als haar moeder weer eens onaangekondigd naar boven kwam of zich ongevraagd ergens mee bemoeide.
Ze liep naar de balkondeuren in de woonkamer en keek naar de vele lichtjes verspreid over de stad. Hier zou ze echter nooit gaan wonen, ze zou er niet kunnen aarden.
‘Help je me straks met de hapjes en zo?’ vroeg Paulien die achter haar verscheen met een flesje parfum in haar handen. Ze spoot een wolkje tussen haar decolleté, draaide zich op haar tenen om en wenkte haar. ‘Kom, dan laat ik je even zien waar alles staat.’

Word vervolgd

Dat is apenliefde deel drie

Heb je deel twee al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Lichamen persten zich samen op de roltrap. Een onaangename geur van oud zweet en knoflook drong haar neus binnen. Lijdzaam liet ze zich met de stroom mensen meevoeren, haar armen stevig om haar tas geklemd.
In de drukke stationshal, stond Paulien al op haar te wachten. ‘Jeetje, je had me wel even mogen waarschuwen, ik herkende je bijna niet,’ zei ze toen ze elkaar omhelsden. Ze bekeek haar aandachtig. ‘Wanneer heb je dat gedaan?’
‘Een paar dagen geleden.’
‘Het staat je goed, maar ik moet er wel even aan wennen, hoor.’
Helen streek langs haar dikke pony. ‘Ik zelf ook.’
‘Wat vond je moeder ervan?’
‘Dat doet er niet toe.’
‘Sinds wanneer?’
‘Ik heb echt mijn moeders goedkeuring niet nodig.’
Paulien trok haar wenkbrauwen op.
Helen negeerde haar blik en sloeg haar tas over haar schouder. ‘Ik heb zin in vanavond. Ik ben al in geen eeuwen meer naar een feest geweest. Ik heb een jurk gekocht, maar ik weet nog niet of ik hem aan doe. De verkoopster zei dat hij me heel leuk staat en dat ie goed bij mijn haarkleur past, maar ja, dat kunnen ook gewoon verkooppraatjes zijn. Ik laat hem straks eerst wel even aan jou zien. Heb je veel mensen uitgenodigd? Ik ken er zeker niemand van, zijn het leuke mensen? Ben je eigenlijk op de fiets of gaan we -’
‘Jezus mens,’ onderbrak Paulien haar, ‘wat heb jij geslikt?’
Helen keek haar niet begrijpend aan.
‘Laat maar,’ grinnikte Paulien en ze haakte een arm door die van haar. ‘Een vriend van me brengt ons thuis, hij staat buiten op ons te wachten.’

Pauliens vriend bleek een lange, zwarte man te zijn met een kortgeschoren hoofd en cirkelbaard. Hij zat op de motorkap van een sportieve donkerpaarse auto en keek op zijn telefoon, die hij weg stopte zodra hij hen in het oog kreeg.
‘Dit is Owen,’ zei Paulien.
Helen pakte zijn uitgestoken hand. Ze moest haar hoofd achteroverbuigen om hem aan te kunnen kijken. In zijn donkere ogen lag een speelse blik, zijn volle lippen vormden een glimlach. Ze rook vanille en sandelhout en het leer van zijn jas.
‘Ga jij maar voorin zitten,’ hoorde ze Paulien zeggen.
‘Ehm…nee, ik zit liever achterin,’ antwoordde ze afwezig.
‘Ik denk dat Helen een beetje onder de indruk is.’
‘Dat komt waarschijnlijk omdat je de allereerste zwarte man bent die ze ontmoet in haar leven,’ zei Paulien terwijl ze lachend instapte.
Helen voelde het bloed naar haar wangen stijgen en trok gegeneerd haar hand terug die nog steeds in die van hem had gelegen.

Haar vriendin had gelijk, ze had inderdaad nog nooit op deze manier een zwarte man ontmoet, maar dat betekende niet dat ze wereldvreemd was of zo, ze had heus wel eens met zwarte mensen gesproken. Tot haar grote frustratie kostte het haar echter behoorlijk wat moeite niet naar de man achter het stuur te blijven kijken en ze probeerde zich daarom maar te concentreren op haar omgeving in plaats van het gesprek te volgen dat haar vriendin met hem voerde. Ze keek naar de mensen die op straat liepen, naar de stoplichten die van oranje naar rood sprongen en van rood naar groen, naar een overvolle bus die stopte bij een bushalte, naar een paar fietsers die vlak langs de auto scheerden, naar eettentjes, winkels en koffieshops, reclameborden, duiven op het trottoir, een hondje die tegen een paaltje piste. De autorit duurde gelukkig niet zo heel erg lang.
‘Tot uw dienst,’ zei Owen tegen Paulien toen hij stopte voor het flatgebouw.
Ze boog zich naar hem toe en kuste hem op zijn wang.
Helen pakte haar tas en opende het portier. Bij het uitstappen, ving ze Owens blik in de achteruitkijkspiegel en schonk hem een vluchtige glimlach.
‘Tot vanavond!’ riep Paulien toen ze haar portier dichtsmeet.

Wordt vervolgd deel vier

Dat is apenliefde deel twee

Heb je het eerste deel al gelezen?

Helen keek naar haar weerspiegeling in het keukenraam. Het was een vreemde gewaarwording. Haar gezicht leek een andere vorm te hebben gekregen. Het was net alsof ze naar een andere vrouw keek volwassener, iemand met stijl.
De keukendeur vloog open en haar moeder keek haar met grote ogen aan. ‘Wat heb jij nou gedaan!’
‘Ik ben naar de kapper geweest.’
‘Ja, dat zie ik ook wel.’
Helen zette de plastic tassen op de keukentafel en trok haar jas uit.
‘Er is wel héél veel vanaf, daar krijg je vast spijt van, en dan die kleur, is het geverfd of is het een spoeling?’
‘Spoeling.’
Mistroostig schudde haar moeder haar hoofd en bestudeerde de achterkant van haar nieuwe bobkapsel. ‘Ik snap niet waarom je het donkerbruin hebt laten kleuren. Je hebt toch prachtig blond haar van jezelf.’
‘Saai blond haar,’ mompelde Helen.
‘Wat is dat allemaal?’ vroeg haar moeder wijzend op de plastic tassen.
‘Ik heb wat nieuwe kleren gekocht.’
Nieuwsgierig keek ze in één van de tassen, viste er een topje uit en hield het tussen twee vingers omhoog alsof het een vieze onderbroek was.
‘Ik heb een mooie jurk gekocht voor het feestje van Paulien.’ Trots hield ze de jurk tegen zich aan.
‘Aubergine.’
‘Ja, de verkoopster zei dat het goed bij mijn nieuwe haarkleur past.’
‘Daar heeft ze gelijk in, maar het is wel erg kort.’
‘Hij valt net boven mijn knieën.’
‘En die korte mouwen vind ik nou niet echt iets voor deze tijd van het jaar.’
‘Ik ben toch binnen.’
‘Het is veel te uitdagend, dat is vragen om problemen.’
Helen hield de jurk omhoog en keek er vertwijfeld naar.

Het was zaterdagmiddag. Helen stond op het verlaten perron en keek op het bord dat vlak boven haar hoofd hing. Nog een paar minuten. Ze stak haar handen in de zakken van haar parka en wipte van haar ene voet op de andere. De wind sneed in haar gezicht. Vannacht zou het gaan vriezen.
Ze dacht aan haar moeder die het nog steeds niet eens was met haar beslissing om naar het feestje te gaan. Met de meest afschuwelijke scenario’s had ze haar de afgelopen dagen geprobeerd op andere gedachten te brengen en het relaas van net galmde nog na in haar hoofd. Goed op je spullen letten. Beter niet met buitenlanders of andere vage types praten. Geen gekke dingen doen. Oppassen dat iemand niet iets in je drankje stopt. Vanavond niet alleen naar het station gaan. Bellen als je in de trein zit. Niet treuzelen bij het overstappen en bellen als je vertraagd bent. Ze had maar niet aan haar moeder verteld dat ze helemaal niet thuiskwam vannacht. Dat was het nadeel van wonen in een klein dorp, er reden geen treinen meer naartoe zo laat, en ze was echt niet van plan al om half tien weg te gaan, het feest begon pas om negen uur. Dan kon ze net zo goed helemaal niet gaan, iets wat ze om andere redenen nog wel even overwogen had, maar ze moest nu wel gaan al was het maar om een punt te maken. Ze was geen klein kind meer!
Luid getingel verbrak haar gedachten. Het rode licht naast de spoorwegovergang begon te knipperen en de spoorwegbomen zakten naar beneden. In de verte zag ze het gele gevaarte dichterbij komen.
In de trein bekeek ze vluchtig de aanwezigen en ging toen tegenover een ouder echtpaar zitten. Langzaam kwam de trein in beweging. Helen zuchtte. Over een paar uur zou ze in Amsterdam zijn. Dan zou ze opgaan in de massa. Ze negeerde het samentrekken van haar maag en concentreerde zich op het voorbijtrekkende landschap.

Word vervolg deel drie

Dat is apenliefde deel een

Met een ruk trok Helen haar jaloezieën omhoog en keek door het zolderraam naar buiten. De lucht was grauw, de daken vochtig en dikke rookpluimen stegen op uit de schoorstenen. In haar dakgoot zaten drie dikke grijze duiven naast elkaar te rusten. Ze draaide zich om en knipte de gekleurde lampjes aan van het kerstboompje op haar nachtkastje. Het boompje was in het hele huis het enige teken van de aankomende feestdagen. Vroeger toen ze klein was, stond er iedere kerst een grote, rijkelijk versierde boom in de huiskamer, maar dat vonden haar ouders tegenwoordig veel te veel gesjouw. Nu zette haar moeder een paar dagen voor kerstmis alleen een paar rode kerststerren in de vensterbank, en de oude houten kerststal op de schouw.
Helen stopte een kerstkaart voor haar vriendin Paulien in een envelop en streek met haar tong langs de zoete plakrand.
Het was alweer ruim vijf maanden geleden dat Paulien voor haar studie naar Amsterdam verhuisde. Sindsdien hadden ze elkaar nog maar twee keer gezien. Gisteren belde ze haar om haar uit te nodigen voor een feestje aankomend weekend, maar ze wist nog niet of ze zou gaan. Ze had een hekel aan Amsterdam. Het was er veel te druk. Auto’s, bussen, trams, fietsers en dan nog die hordes mensen die je omverliepen als je niet uit keek. Ze werd er alleen maar nerveus van en ze had trouwens ook niets om aan te trekken, want ze ging bijna nooit naar feestjes. Iets van Paulien lenen zat er ook niet in, want in tegenstelling tot haar vriendin was zij wél uitgedijd gedurende de jaren. Daarnaast had Paulien een veel te excentrieke kledingstijl ontwikkeld, totaal niet haar smaak, al wist ze eigenlijk niet goed wat haar smaak dan wel was. Ze opende haar kledingkast en bekeek de kleurloze inhoud. Het verbaasde Helen soms dat zij en Paulien nog bevriend waren. Ze groeiden samen op, speelden als jonge meisjes veel met elkaar, maar naarmate ze ouder werden veranderde dat, wat volgens Helen vooral door haar ouders kwam. Met name haar moeder had altijd overal problemen en gevaren gezien die er niet waren. Haar vriendinnen mochten heel veel en zij mocht vooral heel veel niet, wat haar een buitenbeentje had gemaakt.
Paulien en zij wilden samen op judo. Ze waren een jaar of acht geweest en het leek hen super stoer. Paulien kreeg meteen toestemming van haar ouders, maar haar moeder vond het absurd. Judo was geen sport voor meisjes, turnen of ballet, dat vond ze een beter idee en hoe ze ook zeurde, haar moeder hield voet bij stuk. Haar vriendinnen mochten op hun dertiende naar de kinderdisco, die iedere laatste vrijdag van de maand georganiseerd werd in het buurthuis, maar zij niet en dat terwijl er altijd toezicht werd gehouden door een aantal ouders. Iedere vrijdagavond als haar vriendinnen in de disco waren, trok zij zich terug op haar kamer zodat haar ouders haar niet zagen huilen. Op haar veertiende mocht Paulien make-up kopen van haar zakgeld, ze mocht met vriendinnen winkelen in het dorp, ze mocht op tienertoer en mocht toen ze vijftien was samen met een vriendje naar de bioscoop en zij, zij hing iedere keer weer aan haar lippen als ze vertelde wat ze allemaal had meegemaakt. Ze hield van haar ouders, maar realiseerde zich heel goed dat ze veel had gemist als opgroeiende tiener.
Zuchtend bekeek ze zichzelf in de passpiegel aan de binnenkant van de kastdeur, en draaide haar gezicht van links naar rechts.
‘Helen!’ klonk de scherpe stem van haar moeder.
Beneden schraapte de deur over het dikke tapijt, gevolgd door doffe voetstappen op de zoldertrap. Haar moeder stak haar hand door het kralengordijn wat in haar deuropening hing en schoof het opzij. ‘Waarom geef je geen antwoord?’
‘Ik was in gedachten,’ mompelde Helen, terwijl ze haar lange blonde haren tot net boven haar oren vasthield. ‘Misschien laat ik mijn haren afknippen.’
‘Ach liefje, jij bent toch helemaal geen type voor kort haar. Dat past helemaal niet bij je. Bovendien moet je dat iedere morgen in model brengen, daar heb jij het geduld niet voor.’ Ze betastte haar grijze knot. ‘Je kunt het beter opsteken, zoals ik, dat is veel gemakkelijker.’
Helen liet haar haren los.
‘Ik ga boodschappen doen, ga je mee?’ vroeg haar moeder die aanstalten maakte haar kledingkast te sluiten.
Helen hield haar tegen. ‘Nee, ik zoek iets om aan te trekken naar het feestje van Paulien.’
‘Het feestje van Paulien? Wanneer?’
‘Zaterdagavond.’
Haar moeders ogen werden groter. ‘In Amsterdam?’
‘Ja mam, in Amsterdam.’
‘Hoe kom je dan weer thuis?’
Ze haalde nonchalant haar schouders op. ‘Met de laatste trein denk ik.’
Haar moeder klemde haar lippen op elkaar en keek haar een moment bedenkelijk aan. ‘Weet je wel dat de trein ’s nachts vol zit met van die ongure types,’ zei ze toen. ‘Straks gebeurt er iets met je.’
Helen onderdrukte de neiging om met haar ogen te rollen.
‘Trouwens,’ ging haar moeder verder. ‘Je kent verder helemaal niemand op dat feestje. Het lijkt me geen goed idee. Ik zou er nog maar even goed over nadenken.’ Ze verliet de kamer en liep de trap af.
Even bleef Helen staan luisteren naar de houten kralen die wild tegen elkaar aantikten. Dit was dus typisch haar moeder. Ze uitte haar ongezouten mening en nog voordat je er ook maar iets tegenin kon brengen, was ze alweer verdwenen. Zuchtend volgde Helen haar naar beneden.

Haar vader zat onderuitgezakt in zijn stoel de krant te lezen, zijn in pantoffels gestoken voeten lagen over elkaar op de donkereiken salontafel.
‘Aad, heb je al gehoord wat Helen van plan is?’
Er klonk niet meer dat een zacht gemompel.
‘Ze wil zaterdagavond naar een feestje gaan,’ zei ze terwijl ze zijn voeten van de tafel duwde en het witte gehaakte kleedje gladstreek. ‘In Amsterdam.’
‘O, wat leuk.’
‘Aad! Luister je wel?’ siste ze en ze trok zijn krant opzij.
‘Ja, ik luister Joke. Helen gaat naar een feestje in Amsterdam,’ zei haar vader rustig terwijl hij haar over zijn leesbril aankeek.
‘Ze wil met de trein gaan,’ ging haar moeder verder.
Helen ontmoette haar vaders vragende blik.
‘Wat zit je nou schaapachtig te kijken, Aad. Je snapt toch wel wat dat betekent? Dan moet ze midden in de nacht over dat smerige station lopen, waar al die zwervers en drugsdealers rondhangen.’ Ze sloeg dramatisch een kruisje. ‘Straks wordt ze nog door één of andere viezerik gegrepen!’
‘Er is vast wel iemand die haar naar haar perron wil brengen, toch Helen?’
‘Wat bazel je nou! Dan zit ze toch helemaal alleen in die trein! Je hebt zeker dat verhaal niet gelezen wat laatst nog in de krant stond, van die arme meid die lastig werd gevallen in de trein. Er was niemand om haar te helpen, zelfs geen conducteur.’ Demonstratief sloeg ze haar armen over elkaar. ‘Jij kunt haar toch wel met de auto ophalen?’
‘Jezus! Echt niet!’ protesteerde Helen. ‘Ik ben tweeëntwintig hoor, geen twaalf!’
‘Niks mee te maken.’ Haar moeder draaide zich om en beende naar de keuken.
Haar vader vouwde zijn krant dicht en wreef vermoeid over zijn kale hoofd. ‘Ik kan je voor het station ophalen, niemand hoeft het te weten,’ probeerde hij.
Resoluut schudde ze haar hoofd. ‘Nee, ik wil het niet!’

Wordt vervolgd deel twee