• Sabine

    Sabine

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondjes en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Gepubliceerd

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 641 andere volgers

Een vogel voor de kat deel zestien ‘finale’

Een vogel voor de kat

Heb je deel vijftien al gelezen of wil je beginnen bij het begin?

‘Dat zijn ze volgens mij!’ Marie wees naar een zilvergrijs busje dat de straat in reed. De lach op haar gebruinde gezicht sprak boekdelen.
Onno kwam overeind uit zijn stoel.
Het busje stopte voor het appartementencomplex. De deur schoof open. Joris stapte als eerste uit, zoals gewoonlijk met zijn telefoon tegen zijn oor.
Grinnikend schudde Onno zijn hoofd. Sommige dingen veranderden nooit.
Joris hielp eerst Jennifer en toen Louise met uitstappen. Louise hielp Anna, die met één hand haar buik ondersteunde.
Nog drie maanden, dan zou hun tweede kleinkind geboren worden. Hij had de vliegtickets naar Nederland al klaarliggen.
‘Kijk eens hoe dik haar buik is!’ jubelde Marie. ‘Ik ga naar beneden.’ Ze drukte een innige kus op zijn lippen en verliet met een speels huppeltje het balkon.
Onno zag hoe Louise haar armen spreidde voor het blonde meisje dat al half uit het busje hing. Vol vertrouwen maakte ze een sprong en belandde met een grote zwaai op het trottoir. Ellen was de laatste die uit het busje stapte.
Ieder jaar weer kwamen de kinderen rond deze tijd naar Spanje om de verjaardag van hun kleindochter te vieren. Marion werd vier dit jaar. Jeffrey zou zo trots zijn geweest. Hij ademde diep in en liet de lucht langzaam tussen zijn lippen ontsnappen.
Het was een vogel geweest. Een vogel had de dood van zijn zoon veroorzaakt. Het dier was met zo’n harde klap tegen de vooruit gevlogen, dat Jeffrey van schrik de macht over het stuur was verloren. Het was een noodlottig ongeval geweest, dat iedereen had kunnen overkomen. Er was geen schuldige. Het had echter maanden geduurd voor hij zijn verrekijker weer tegen zijn ogen had kunnen zetten zonder dat zijn blik vertroebelde. Een hele tijd had hij zelfs gedacht dat hij nooit meer zou kunnen genieten van de aanblik van een vogel.
Hij keek naar de zee en naar de krijsende meeuwen, zwevend boven de bruisende golven.
‘Opa!’ klonk het van beneden.
Zijn kleindochter stond uitbundig te zwaaien en zond hem kushandjes toe.  Lachend stuurde hij haar kushandjes terug.

Een vogel voor de kat deel vijftien

Een vogel voor de kat

Heb je deel veertien al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

De dagen verstreken. Het waren lange, verdrietige dagen waarin hij weinig sprak, maar veel nadacht. Hij was vergeten hoeveel dierbare momenten hij eigenlijk samen met zijn jongste zoon had gehad. Nu Jeffrey overleden was, kwamen alle herinneringen aan die fijne momenten weer naar boven. De ellende van de afgelopen jaren leek naar de achtergrond te zijn verdwenen. Het maakte het verlies des te zwaarder. Hij was zijn zoon kwijt, niets kon dat veranderen.
Marie was compleet ontredderd. In haar ogen was alles wat er mis gegaan was in het leven van hun zoon haar schuld, inclusief het ongeluk. Dat was natuurlijk onzin, maar ze had het boetekleed aangetrokken en bleef zich maar verontschuldigen. Hij kon niet meer dan haar gerust stellen en troosten. Ze had inderdaad een fout gemaakt, een pijnlijke onvergetelijke fout, maar verder wilde hij het hele onderwerp liever laten rusten. Hij kon alleen maar hopen dat Marie zichzelf ooit zou kunnen vergeven. De situatie was immers al triest genoeg.
Twee dagen geleden hadden ze Jeffrey begraven. Het was een simpele, maar mooie dienst geweest. Hij had zich verbaasd over de hoeveelheid mensen die bij de dienst aanwezig waren. Vreemden van wie ze het bestaan niet eens hadden geweten, hadden hun medeleven getoond. Vandaag zouden ze zijn vriendin voor het eerst ontmoeten. Haar naam was Helen. Had hij hen maar over haar verteld en haar mee naar huis genomen. Hij begreep niet waarom hij dat niet had gedaan. Het viel hem zwaar haar nu op deze manier te moeten leren kennen.
Gespannen staarde hij naar de dichte deur. De verpleegster kon ieder moment naar buiten komen. Louise en Marie zaten stilzwijgend naast hem, beiden in gedachten verzonken, net als hij.
Toen de deur open ging, veerden ze alle drie omhoog.
‘Gaat u maar naar binnen,’ zei de verpleegster vriendelijk.
Onno zuchtte diep. Hij liep achter Marie en Louise aan naar binnen en observeerde de jonge vrouw, die rechtop in het ziekenhuisbed zat. Haar rechteroor en een deel van haar voorhoofd waren bedekt met verband en pleisters, haar kin zat vol donkere korsten en haar linkerarm zat in een mitella. Ondanks de verwondingen op haar gezicht, zag ze er met haar lange donkere krullen en grote bruine ogen, liefelijk uit. Het paste totaal niet bij het beeld dat hij zich op basis van haar stem gevormd had, die morgen dat hij Jeffrey had bezocht. Zijn ogen werden naar de plek getrokken waar het witte laken de bolling van haar buik verraadde.
Louise verbrak de ongemakkelijke stilte. ‘Ik ben Louise, de zus van Jeffrey.’
Marie deed een stap dichterbij. ‘Ik ben zijn moeder, Marie.’
Zacht herhaalde de vrouw haar naam.
Hij schraapte zijn keel. ‘Ik ben Onno, zijn vader.’
Ze knipperde haar tranen weg.‘Het spijt me zo dat we elkaar onder deze omstandigheden leren kennen. Ik ben Ellen.’
Marie onderdrukte een snik, grabbelde zenuwachtig in haar handtas en haalde er een zakdoek uit die ze tegen haar ogen drukte.
‘Waren jullie al lang samen?’ vroeg Onno.
‘We leerden elkaar ruim anderhalf jaar geleden kennen op een bijeenkomst voor verslaafden.’
Onno keek haar verbaasd aan. ‘We wisten niet dat hij…’
‘Hij wilde het niet vertellen,’ onderbrak ze hem. ‘Hij was bang om te falen, bang dat het verwachtingen zou scheppen die hij niet kon waarmaken. Hij wilde jullie niet teleurstellen. Hij wilde het pas vertellen als hij zijn verslaving onder controle had, en geloof me, hij heeft het echt geprobeerd. Er waren dagen, soms zelfs weken dat hij niet gebruikte, maar hij hield het nooit vol.’
‘En jij?’ vroeg Louise.
‘Mij is het wel gelukt. Ik ben volgende week veertien maanden clean.’
Louise raakte haar arm aan. ‘Wat goed van je.’
‘Het blijft natuurlijk altijd een strijd. Het verlies van Jeff…’ Ze zweeg en legde haar hand op haar buik.
‘Heb je veel steun van je familie en vrienden?’
‘Ik heb door mijn drugsverleden niet zoveel echte vrienden overgehouden en met mijn familie heb ik lang geleden al gebroken. Jeff was mijn familie. Ik hoopte samen met hem een hecht gezin te gaan vormen, maar ik was bang voor zijn verslaving en wat het met hem deed, wat het met ons deed. Een maand geleden heb ik hem gevraagd, nee gesmeekt, om zich te laten helpen in een kliniek, maar dat weigerde hij. Hij zei dat hij gek zou worden als hij zo lang van ons gescheiden moest zijn.’ Ze veegde met een snelle beweging haar tranen weg. ‘Ik werd zo boos. Hij durfde gewoon niet. Hij gebruikte ons als reden om het gevecht met zijn verslaving niet aan te hoeven gaan. Ik vond hem een lafaard!’ Ze sloeg haar blik neer. Haar onderlip begon te trillen. ‘Toen heb ik iets vreselijks gedaan,’ zei ze en ze verborg haar gezicht in haar handen.
Instinctief streek Marie troostend over haar schouder.
Na een paar minuten keek Ellen naar haar op.
‘Wat heb je gedaan?’ vroeg Marie zacht.
‘Ik heb gezegd dat het zijn kind niet was,’ snikte ze, ‘en toen ben ik weggegaan.’
Onno liet zijn hoofd en schouders hangen. Hij wist als geen ander hoe zijn zoon zich gevoeld moest hebben bij het horen van deze woorden.
‘De volgende dag ging Jeff gruwelijk de fout in.’
Hij hief zijn hoofd op.
Helen ving zijn blik.
‘Het steekincident?’
Ze knikte.
Marie greep Onno vast.
‘Het spijt me zo,’ fluisterde Helen.
Onno schudde zijn hoofd. ‘Je kon niet weten dat dat zou gebeuren.’
‘Ik wist wat het met hem zou doen. Ik heb hem bewust pijn gedaan. Ik ontnam hem datgene wat het allerbelangrijkste voor hem was, onze liefde en ons kind. Dat had ik nooit mogen doen. Ik wilde het allemaal rechtzetten, maar toen was het al te laat. Ik voelde me zo schuldig. Ik durfde hem niet te vertellen dat ik had gelogen.’
‘Maar jullie zaten wel samen in die auto,’ zei Louise.
Ellen knikte. ‘Ik hoorde via een kennis dat hij weer contact had met iemand uit zijn verleden, een vrouw. Dat deed zoveel pijn. Ik wilde alles vergeten, niets meer voelen. Ik verlangde naar mijn drugs. Toen heb ik hem gebeld. Ik had hem zo hard nodig. Hij kwam meteen naar me toe. Ik heb al mijn moed verzameld en hem alles verteld. Ik dacht dat hij woest zou zijn en het me nooit zou vergeven, maar hij sloeg alleen maar zijn armen om me heen. Hij zei dat dit het gelukkigste moment van zijn leven was en dat hij er álles aan zou doen om van zijn verslaving af te komen. Ik zag in zijn ogen een vastberadenheid die ik nog niet eerder had gezien. Ik wist dat het allemaal goed zou komen en wilde meteen met hem mee naar huis.’
Onno slikte de brok in zijn keel weg en drukte Marie en Louise tegen zich aan.
‘Toen ik bijkwam in het ziekenhuis, kon ik me niets van het ongeluk zelf herinneren. Ik wist alleen nog dat we naar huis reden en dat ik me de gelukkigste vrouw ter wereld voelde. De doctoren konden me ook geen garantie geven of het ooit terug zou komen. De politie heeft me ondervraagd, maar ik kon hen geen informatie geven. Ze vertelden me dat ik geen gordel om had en daardoor uit de auto ben geslingerd. Dat begrijp ik nog steeds niet. Ik doe áltijd mijn gordel om.’ Ze wreef zachtjes over haar buik terwijl de tranen over haar wangen liepen. ‘Ik kan het nog steeds niet geloven dat hij dood is, dat ik hem nooit meer zal zien.Ik voel me zo alleen en incompleet zonder hem.’ 
Marie ging naast haar zitten en sloeg haar arm om haar heen.
Ellen huilde met lange hartverscheurende uithalen.

Een vogel voor de kat deel dertien

Een vogel voor de kat

Heb je deel twaalf al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Het werd frisser en aan het licht te zien dat door de rechthoekige gaten van de uitkijkhut naar binnen viel, begon het weer te betrekken. Onno ritste zijn jas tot bovenaan dicht en trok zijn schouders op. Hij kwam hier regelmatig, maar nooit met een andere reden dan vogels te bekijken en nooit zonder zijn verrekijker. Sinds hij de hut in was geklommen had hij nog geen blik naar buiten geworpen. Voor zijn gevoel zat hij al uren tegen de houten binnenwanden aan te kijken. Het was een warboel in zijn hoofd. Hij probeerde alles op een rijtje te krijgen, maar zijn gedachten buitelden non-stop over elkaar heen. Hij kon het allemaal niet meer bevatten. Hij had zich altijd de gelukkigste man ter wereld gevoeld met Marie aan zijn zijde, maar nu bleek dat ze hem had bedrogen en hij had helemaal niets gemerkt! Hoe had hij nu niets kunnen merken! Had hij een aandeel in dit drama? Hij had altijd een drukke baan gehad en soms had dat een tol van hem geëist, waardoor hij minder tijd had gehad voor zijn gezin. Had hij haar tekort gedaan? Haar liefde als vanzelfsprekend beschouwd?
Hij begreep nu waarom ze zulke wisselende buien had gehad toen ze zwanger was van Jeffrey en ook nog een hele poos daarna. Hij had het altijd gewijd aan haar hormoonhuishouding en de moeizame zwangerschap , maar het was natuurlijk wroeging geweest. De opvoeding van Jeffrey was voor haar ook moeilijker geweest dan de opvoeding van de andere kinderen. Dat had dus helemaal niets te maken met haar leeftijd of het feit dat Jeffrey een nakomertje was geweest. Hij vroeg zich af of Jeffrey het als kind ooit had gemerkt en of dit van invloed was geweest op het verloop van zijn jonge leven. Hij liet zuchtend zijn hoofd naar beneneden hangen. Boven zijn hoofd klonk het geroffel van regendruppels op het dak, eerst zachtjes, toen steeds harder. Het geluid overstemde zijn eigen gejammer. Tranen stroomden over zijn wangen, druppels liepen uit zijn neus. Hij veegde ze weg met de mouw van zijn jas.
‘Onno.’
De bekende stem deed zijn lichaam verstarren.
‘Ik heb je overal gezocht.’
‘Je hebt me gevonden,’ antwoordde hij kil. ‘Nu kun je weer gaan.’
Fred schudde zijn paraplu uit en zette hem tegen één van de wanden. ‘Ik wil met je praten.’
Onno keek zijn vriend vernietigend aan. ‘Ik wil niet met jou praten.’
‘Laat me uitleggen wat er is gebeurd.’
‘Ik wéét wat er is gebeurd. Je hebt met mijn vrouw geslapen! Jullie hebben me allebei bedrogen en het jarenlang voor me verzwegen! Ik heb je niets te zeggen, ik wil dat je opsodemietert! Verdwijn uit mijn ogen!’
‘Nee!’
Onno sprong overeind, greep Fred bij zijn kraag en duwde hem een hoek in.
‘Sla me maar, ik heb het verdiend!’
Snuivend liet hij hem los. ‘Je bent het niet waard.’
Fred streek zijn jas glad. ‘Er is geen excuus voor wat ik heb gedaan. Ik vraag niet om vergeving. Ik vraag je enkel naar me te luisteren, omdat ik wil dat je weet dat er nooit meer is geweest tussen Marie en mij dan dat ene moment die bewuste nacht en omdat je moet weten hoe dat moment tot stand is gekomen. Dat het voor geen van ons beiden een bewuste keuze is geweest.’
Zwijgend liet Onno zich weer op de houten bank zakken.
‘Het was de avond dat Alice weer onverwachts opgenomen werd in het ziekenhuis,’ begon Fred. ‘Jij was er niet. Je was een paar dagen weg voor je werk. Kun je je dat nog herinneren?’
Toen Onno niet antwoordde ging hij verder: ‘Marie kwam naar het ziekenhuis om me te steunen. Ik zat er helemaal doorheen. Ik wist niet of ik het nog langer vol hield. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Ik zag Alice steeds verder aftakelen en ik kon niets doen. Ik was boos en verdrietig. Na urenlang wachten zeiden de artsen dat ik beter naar huis kon gaan om te rusten. Marie bood me thuis een borreltje aan om een beetje tot rust te komen, maar het werden er meer dan één.’
Onno mompelde iets onverstaanbaars.
Fred negeerde hem. ‘Ik hield ontzettend veel van Alice, maar ze was niet meer de vrouw waar ik mee getrouwd was. Ik miste de passie tussen ons, seks hadden we al jaren niet meer. Alice wist dat ik daar steeds meer moeite mee had. Ze heeft zelfs gezegd dat ze het wel begreep als ik naar een prostituee zou gaan, maar seks zonder enige vorm van liefde of genegenheid was niets voor mij. Ik moest huilen toen ik dit die avond aan Marie vertelde. Ze nam me in haar armen en troostte me. Ik weet niet wat er gebeurde, maar…’
‘Ja, ho maar! Ik hoef het niet te horen.’
‘Net toen we onze kleding weer gefatsoeneerd hadden, stond Joris ineens beneden in de woonkamer.’
‘Wat? Heeft Joris jullie gezien!” riep Onno ontzet uit.
Fred schudde snel zijn hoofd. ‘Ik denk niet dat hij iets gemerkt heeft, maar we waren meteen ontnuchterd. Marie gooide me praktisch de deur uit en we hebben er niet meer over gesproken totdat ze ontdekte dat ze in verwachting was. Ze was in alle staten en heeft meerdere keren op het punt gestaan het je te vertellen. Ik heb haar daar steeds van weten te weerhouden. Ik wilde voorkomen dat Alice het te weten zou komen. Het ging alleen maar slechter met haar, ze had niet veel tijd meer. Ik wilde haar geen verdriet doen aan het einde van haar leven.’
‘Daar had je eerder bij stil moeten staan.’
‘Ja, dat weet ik.’
Onno stond op en tuurde door één van de kijkgaten naar buiten.
‘Onno, ik heb altijd traag zaad gehad, dat weet je,’ zei Fred. ‘Daarom ben ik nooit vader geworden. De kans dat Jeffrey mijn zoon is, is dus bijna nihil.’
Onno draaide zich met een ruk om. ‘En dat maakt wat jullie gedaan hebben minder erg?’
Er klonk een aanhoudend gezoem. Fred haalde zijn mobiele telefoon uit zijn zak en keek op het schermpje. Hij fronste zijn wenkbrauwen en nam op.
‘Paula?…ja…wat bedoel je…jezus…ja natuurlijk, we komen er meteen aan.’
Onno keek hem vragend aan.
‘Dat was Paula. Ze is bij Marie. Er is politie.’
‘Politie?’ Onno schudde verward zijn hoofd.
Fred duwde Onno naar de uitgang van de uitkijkhut. ‘Het gaat om Jeffrey.’

Een vogel voor de kat deel twaalf

Een vogel voor de kat

Heb je deel elf al gelezen of wil je beginnen bij het begin?

De bus reed van halte naar halte. Het maakte hem moe. Hij wilde zijn ogen sluiten, zich overgeven aan een diepe, zorgeloze slaap om even niet meer te hoeven nadenken en even niet meer te hoeven voelen. Hij was verdrietig om zijn zoon. Jeffrey leefde in een andere wereld, dat besefte hij nu. De alcohol en drugs hadden een gevoelloos persoon van hem gemaakt.
Hij keek door het raam naar buiten, zag de vrouw met het kind achterop de fiets, de jongen op de blauwe scooter voor het rode licht en de drie schoffelende plantsoenmedewerkers op de rotonde. Zijn ogen registreerden alles maar het ging in een waas aan hem voorbij.
Hij had het helemaal verkeerd aangepakt. Hij had al veel eerder strenger moeten optreden, geen grote mond of agressie moeten tolereren. Zéker niet onder zijn eigen dak. Hij had hem ook geen geld moeten geven al die keren dat hij daarom had gevraagd…het had geëist. Hij had zich laten intimideren door zijn eigen zoon en had daarmee diens verslaving gefinancierd. Nee. Het was een simpel drie letterig woord. Nee, je krijgt geen geld. Dat had hij moeten zeggen. Wat was hij voor een vader! Wat was hij voor een lafaard! Zuchtend schudde hij zijn hoofd en wreef over zijn gezicht. Hij was naïef. Marie had helemaal gelijk, en zij wist niet eens alles, want hoe vaak had hij niet iets voor haar verzwegen. Sommige situaties had hij haar gewoon willen besparen, er vloeiden tenslotte al genoeg tranen. Hij wist ook niet of hij haar zal vertellen over zijn bezoek aan Jeffrey. Wat had het voor zin. Hij had toch niets positiefs te melden en dat was wel wat Marie nodig had, iets positiefs. Dat hadden ze allebei hard nodig. Het werd tijd om die reis te gaan boeken, geen uitstel meer. Hij drukte op het knopje. Voor in de bus lichtte het woordje ‘STOP’ rood op. Hij kwam overeind en bewoog zich alvast richting de deur. Genieten, dacht hij, dat gingen ze doen.

Thuisgekomen keek hij eerst in de spiegel. Hij volgde met zijn wijsvinger de rimpels in zijn voorhoofd en trok zijn mondhoeken omhoog tot een geforceerde glimlach. Het verdriet was al bijna van zijn gezicht verdwenen, verborgen achter een masker. Zuchtend liep hij naar de woonkamer. Het was stil in huis. Hij vermoedde dat Marie even op bed was gaan liggen. Hij besloot haar te verrassen, pakte het dienblad uit de kast, zette het koffiezetapparaat aan en haalde brood uit de broodtrommel. Hij sneed een trostomaat en een stuk komkommer in schijfjes, schaafde plakjes belegen kaas en haalde een paar plakken boerenham uit de verpakking waarmee hij de sandwiches royaal belegde en ze vervolgens diagonaal doorsneed. Daarna liep hij naar de woonkamer om de stapel vakantiefolders te pakken zodat ze samen een hotel konden uitkiezen en vanmiddag nog iets bij het reisbureau konden boeken. Hij glimlachte bij de gedachte. Voorzichtig liep hij met het dienblad naar boven. Halverwege de trap hoorde hij haar praten. De slaapkamerdeur stond op een kier. Hij zag Marie op de rand van het bed zitten. Ze was aan het telefoneren. De toon in haar stem weerhield hem ervan om naar binnen te gaan.
‘Nee, dat kan ik niet,’ hoorde hij haar zeggen en na een korte stilte: ‘dat denk ik niet. Ik zou het ook niet begrijpen als ik hem was.’ Ze stond op, keek even door het raam naar buiten en ging toen weer zitten. ‘Daar is het nu te laat voor,’ zei ze hoofdschuddend.
Hij vroeg zich af wie ze aan de telefoon had, hij kon haar woorden niet plaatsen.
‘Dat is het wel en dat weet je!’ klonk het geagiteerd.
Het dienblad in zijn handen werd steeds zwaarder.
‘Ja, maar niet onmogelijk,’ antwoordde Marie.
Hij schraapte zijn keel en duwde met zijn voet de deur open.
Geschrokken draaide Marie zich om en drukte de telefoon in het dekbed.
‘Wat doe jij nou?’ vroeg ze met rood aangelopen gezicht toen hij het dienblad op het bed neerzette.
‘Ik kom je verrassen.’
‘O…wat lief.’
‘Wie heb je aan de telefoon?’
Verward keek ze naar de telefoon in haar hand alsof ze het ding voor het eerst in haar leven zag. ‘O…dat was iemand van het boekenclubje.’ Haastig zette ze de telefoon op het laadstation en toverde een glimlach op haar gezicht. ‘Wat heb je gemaakt?’
‘Het klonk niet als iemand van het boekenclubje.’
‘Heb je staan luisteren?’ vroeg ze verwijtend.
‘Niet bewust, ik ving wat op.’
‘Nou, het was echt iemand van het boekenclubje en zo’n bijzonder gesprek was het niet.’ Ze tilde de bovenkant van één van de sandwiches een stukje op. ‘Dat ziet er lekker uit.’
‘Marie.’
Ze keek op.
‘Je liegt.’
Ze ademde hoorbaar in en friemelde aan de zilveren ketting rond haar hals.
Hij liep om het bed heen, ging naast haar zitten en keek haar vragend aan.
Ze wendde haar blik af.
‘Marie toe, waar ging dat gesprek over.’
‘Laat het rusten, alsjeblieft,’ bracht ze wanhopig uit.
‘Nee.’
Ze sloeg haar handen voor haar gezicht. ‘Ik kan het niet vertellen!’
Hij greep haar handen vast en trok ze naar beneden. ‘Dat is onzin! Je kunt me alles vertellen!’
Ze schudde wild haar hoofd.
Met een ruk kwam hij overeind en sloeg daarmee perongeluk het dienblad omver. ‘Verdomme Marie!’
‘Goed! Ik zal het je vertellen! Ik heb ons leven verpest!’
Hij slaakte een geërgerde zucht. ‘Wat is dat nu weer voor onzin!’
‘Het is geen onzin!’ Ze wees naar zijn buik.
‘Dat heeft Jeffrey gedaan, niet jij.’
‘Hij is mijn zoon.’
‘Hij is ónze zoon.’
‘Dat…weet ik niet.’
‘Dat weet je niet?’
Ze stond op en keek hem secondenlang zwijgend aan.
‘Marie?’
‘Het spijt me,’ zei ze bijna onhoorbaar. Tranen welden op in haar vertrouwde blauwe ogen.
Hij slikte moeizaam. ‘Wie was het.’
‘Dat doet er niet toe.’
Hij schudde haar door elkaar. ‘Ik wil het weten!’
‘Onno!’
Hij griste de telefoon van het oplaadstation. ‘Wie krijg ik aan de telefoon als ik op de herhaaltoets druk!’
‘Fred!’ Ze spuugde zijn naam uit.
Verbouwereerd liet hij de telefoon uit zijn handen vallen.
‘Het was Fred,’ zei ze nog eens huilend.
Verdwaasd keek hij naar de koffievlekken op het dekbed en de vloerbedekking. De koppen en het bord met de sandwiches lagen omgekeerd op de grond, gedeeltelijk bedekt met de vele vakantiefolders. Hij bukte zich en pakte één van de folders op.
‘Onno…het is maar één keer gebeurd, laat het me uitleggen…’
Hij draaide zich om en liep langzaam de kamer uit. Zachtjes trok hij de deur achter zich dicht.