Dat is apenliefde deel drie

Heb je deel twee al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Lichamen persten zich samen op de roltrap. Een onaangename geur van oud zweet en knoflook drong haar neus binnen. Lijdzaam liet ze zich met de stroom mensen meevoeren, haar armen stevig om haar tas geklemd.
In de drukke stationshal, stond Paulien al op haar te wachten. ‘Jeetje, je had me wel even mogen waarschuwen, ik herkende je bijna niet,’ zei ze toen ze elkaar omhelsden. Ze bekeek haar aandachtig. ‘Wanneer heb je dat gedaan?’
‘Een paar dagen geleden.’
‘Het staat je goed, maar ik moet er wel even aan wennen, hoor.’
Helen streek langs haar dikke pony. ‘Ik zelf ook.’
‘Wat vond je moeder ervan?’
‘Dat doet er niet toe.’
‘Sinds wanneer?’
‘Ik heb echt mijn moeders goedkeuring niet nodig.’
Paulien trok haar wenkbrauwen op.
Helen negeerde haar blik en sloeg haar tas over haar schouder. ‘Ik heb zin in vanavond. Ik ben al in geen eeuwen meer naar een feest geweest. Ik heb een jurk gekocht, maar ik weet nog niet of ik hem aan doe. De verkoopster zei dat hij me heel leuk staat en dat ie goed bij mijn haarkleur past, maar ja, dat kunnen ook gewoon verkooppraatjes zijn. Ik laat hem straks eerst wel even aan jou zien. Heb je veel mensen uitgenodigd? Ik ken er zeker niemand van, zijn het leuke mensen? Ben je eigenlijk op de fiets of gaan we -’
‘Jezus mens,’ onderbrak Paulien haar, ‘wat heb jij geslikt?’
Helen keek haar niet begrijpend aan.
‘Laat maar,’ grinnikte Paulien en ze haakte een arm door die van haar. ‘Een vriend van me brengt ons thuis, hij staat buiten op ons te wachten.’

Pauliens vriend bleek een lange, zwarte man te zijn met een kortgeschoren hoofd en cirkelbaard. Hij zat op de motorkap van een sportieve donkerpaarse auto en keek op zijn telefoon, die hij weg stopte zodra hij hen in het oog kreeg.
‘Dit is Owen,’ zei Paulien.
Helen pakte zijn uitgestoken hand. Ze moest haar hoofd achteroverbuigen om hem aan te kunnen kijken. In zijn donkere ogen lag een speelse blik, zijn volle lippen vormden een glimlach. Ze rook vanille en sandelhout en het leer van zijn jas.
‘Ga jij maar voorin zitten,’ hoorde ze Paulien zeggen.
‘Ehm…nee, ik zit liever achterin,’ antwoordde ze afwezig.
‘Ik denk dat Helen een beetje onder de indruk is.’
‘Dat komt waarschijnlijk omdat je de allereerste zwarte man bent die ze ontmoet in haar leven,’ zei Paulien terwijl ze lachend instapte.
Helen voelde het bloed naar haar wangen stijgen en trok gegeneerd haar hand terug die nog steeds in die van hem had gelegen.

Haar vriendin had gelijk, ze had inderdaad nog nooit op deze manier een zwarte man ontmoet, maar dat betekende niet dat ze wereldvreemd was of zo, ze had heus wel eens met zwarte mensen gesproken. Tot haar grote frustratie kostte het haar echter behoorlijk wat moeite niet naar de man achter het stuur te blijven kijken en ze probeerde zich daarom maar te concentreren op haar omgeving in plaats van het gesprek te volgen dat haar vriendin met hem voerde. Ze keek naar de mensen die op straat liepen, naar de stoplichten die van oranje naar rood sprongen en van rood naar groen, naar een overvolle bus die stopte bij een bushalte, naar een paar fietsers die vlak langs de auto scheerden, naar eettentjes, winkels en koffieshops, reclameborden, duiven op het trottoir, een hondje die tegen een paaltje piste. De autorit duurde gelukkig niet zo heel erg lang.
‘Tot uw dienst,’ zei Owen tegen Paulien toen hij stopte voor het flatgebouw.
Ze boog zich naar hem toe en kuste hem op zijn wang.
Helen pakte haar tas en opende het portier. Bij het uitstappen, ving ze Owens blik in de achteruitkijkspiegel en schonk hem een vluchtige glimlach.
‘Tot vanavond!’ riep Paulien toen ze haar portier dichtsmeet.

Wordt vervolgd deel vier

Dat is apenliefde deel twee

Heb je het eerste deel al gelezen?

Helen keek naar haar weerspiegeling in het keukenraam. Het was een vreemde gewaarwording. Haar gezicht leek een andere vorm te hebben gekregen. Het was net alsof ze naar een andere vrouw keek volwassener, iemand met stijl.
De keukendeur vloog open en haar moeder keek haar met grote ogen aan. ‘Wat heb jij nou gedaan!’
‘Ik ben naar de kapper geweest.’
‘Ja, dat zie ik ook wel.’
Helen zette de plastic tassen op de keukentafel en trok haar jas uit.
‘Er is wel héél veel vanaf, daar krijg je vast spijt van, en dan die kleur, is het geverfd of is het een spoeling?’
‘Spoeling.’
Mistroostig schudde haar moeder haar hoofd en bestudeerde de achterkant van haar nieuwe bobkapsel. ‘Ik snap niet waarom je het donkerbruin hebt laten kleuren. Je hebt toch prachtig blond haar van jezelf.’
‘Saai blond haar,’ mompelde Helen.
‘Wat is dat allemaal?’ vroeg haar moeder wijzend op de plastic tassen.
‘Ik heb wat nieuwe kleren gekocht.’
Nieuwsgierig keek ze in één van de tassen, viste er een topje uit en hield het tussen twee vingers omhoog alsof het een vieze onderbroek was.
‘Ik heb een mooie jurk gekocht voor het feestje van Paulien.’ Trots hield ze de jurk tegen zich aan.
‘Aubergine.’
‘Ja, de verkoopster zei dat het goed bij mijn nieuwe haarkleur past.’
‘Daar heeft ze gelijk in, maar het is wel erg kort.’
‘Hij valt net boven mijn knieën.’
‘En die korte mouwen vind ik nou niet echt iets voor deze tijd van het jaar.’
‘Ik ben toch binnen.’
‘Het is veel te uitdagend, dat is vragen om problemen.’
Helen hield de jurk omhoog en keek er vertwijfeld naar.

Het was zaterdagmiddag. Helen stond op het verlaten perron en keek op het bord dat vlak boven haar hoofd hing. Nog een paar minuten. Ze stak haar handen in de zakken van haar parka en wipte van haar ene voet op de andere. De wind sneed in haar gezicht. Vannacht zou het gaan vriezen.
Ze dacht aan haar moeder die het nog steeds niet eens was met haar beslissing om naar het feestje te gaan. Met de meest afschuwelijke scenario’s had ze haar de afgelopen dagen geprobeerd op andere gedachten te brengen en het relaas van net galmde nog na in haar hoofd. Goed op je spullen letten. Beter niet met buitenlanders of andere vage types praten. Geen gekke dingen doen. Oppassen dat iemand niet iets in je drankje stopt. Vanavond niet alleen naar het station gaan. Bellen als je in de trein zit. Niet treuzelen bij het overstappen en bellen als je vertraagd bent. Ze had maar niet aan haar moeder verteld dat ze helemaal niet thuiskwam vannacht. Dat was het nadeel van wonen in een klein dorp, er reden geen treinen meer naartoe zo laat, en ze was echt niet van plan al om half tien weg te gaan, het feest begon pas om negen uur. Dan kon ze net zo goed helemaal niet gaan, iets wat ze om andere redenen nog wel even overwogen had, maar ze moest nu wel gaan al was het maar om een punt te maken. Ze was geen klein kind meer!
Luid getingel verbrak haar gedachten. Het rode licht naast de spoorwegovergang begon te knipperen en de spoorwegbomen zakten naar beneden. In de verte zag ze het gele gevaarte dichterbij komen.
In de trein bekeek ze vluchtig de aanwezigen en ging toen tegenover een ouder echtpaar zitten. Langzaam kwam de trein in beweging. Helen zuchtte. Over een paar uur zou ze in Amsterdam zijn. Dan zou ze opgaan in de massa. Ze negeerde het samentrekken van haar maag en concentreerde zich op het voorbijtrekkende landschap.

Word vervolg deel drie

Stomme trut

Jij bent de mindere van mij

je brengt me van mijn stuk

laat me ronddwalen

in het eindeloze

maakt een doolhof van mijn geest

je benadrukt mijn pijn

maakt van een traan een zee

val me niet lastig

praat geen poep zeg ik je!

jouw beren zo groot

zijn niet meer dan pluche beesten

de obstakels die je opwerpt

duw ik met mijn pink omver

want dat is wat ik kan

ik ben sterker dan jij

ik ben vrij!

 

Dat is apenliefde deel een

Met een ruk trok Helen haar jaloezieën omhoog en keek door het zolderraam naar buiten. De lucht was grauw, de daken vochtig en dikke rookpluimen stegen op uit de schoorstenen. In haar dakgoot zaten drie dikke grijze duiven naast elkaar te rusten. Ze draaide zich om en knipte de gekleurde lampjes aan van het kerstboompje op haar nachtkastje. Het boompje was in het hele huis het enige teken van de aankomende feestdagen. Vroeger toen ze klein was, stond er iedere kerst een grote, rijkelijk versierde boom in de huiskamer, maar dat vonden haar ouders tegenwoordig veel te veel gesjouw. Nu zette haar moeder een paar dagen voor kerstmis alleen een paar rode kerststerren in de vensterbank, en de oude houten kerststal op de schouw.
Helen stopte een kerstkaart voor haar vriendin Paulien in een envelop en streek met haar tong langs de zoete plakrand.
Het was alweer ruim vijf maanden geleden dat Paulien voor haar studie naar Amsterdam verhuisde. Sindsdien hadden ze elkaar nog maar twee keer gezien. Gisteren belde ze haar om haar uit te nodigen voor een feestje aankomend weekend, maar ze wist nog niet of ze zou gaan. Ze had een hekel aan Amsterdam. Het was er veel te druk. Auto’s, bussen, trams, fietsers en dan nog die hordes mensen die je omverliepen als je niet uit keek. Ze werd er alleen maar nerveus van en ze had trouwens ook niets om aan te trekken, want ze ging bijna nooit naar feestjes. Iets van Paulien lenen zat er ook niet in, want in tegenstelling tot haar vriendin was zij wél uitgedijd gedurende de jaren. Daarnaast had Paulien een veel te excentrieke kledingstijl ontwikkeld, totaal niet haar smaak, al wist ze eigenlijk niet goed wat haar smaak dan wel was. Ze opende haar kledingkast en bekeek de kleurloze inhoud. Het verbaasde Helen soms dat zij en Paulien nog bevriend waren. Ze groeiden samen op, speelden als jonge meisjes veel met elkaar, maar naarmate ze ouder werden veranderde dat, wat volgens Helen vooral door haar ouders kwam. Met name haar moeder had altijd overal problemen en gevaren gezien die er niet waren. Haar vriendinnen mochten heel veel en zij mocht vooral heel veel niet, wat haar een buitenbeentje had gemaakt.
Paulien en zij wilden samen op judo. Ze waren een jaar of acht geweest en het leek hen super stoer. Paulien kreeg meteen toestemming van haar ouders, maar haar moeder vond het absurd. Judo was geen sport voor meisjes, turnen of ballet, dat vond ze een beter idee en hoe ze ook zeurde, haar moeder hield voet bij stuk. Haar vriendinnen mochten op hun dertiende naar de kinderdisco, die iedere laatste vrijdag van de maand georganiseerd werd in het buurthuis, maar zij niet en dat terwijl er altijd toezicht werd gehouden door een aantal ouders. Iedere vrijdagavond als haar vriendinnen in de disco waren, trok zij zich terug op haar kamer zodat haar ouders haar niet zagen huilen. Op haar veertiende mocht Paulien make-up kopen van haar zakgeld, ze mocht met vriendinnen winkelen in het dorp, ze mocht op tienertoer en mocht toen ze vijftien was samen met een vriendje naar de bioscoop en zij, zij hing iedere keer weer aan haar lippen als ze vertelde wat ze allemaal had meegemaakt. Ze hield van haar ouders, maar realiseerde zich heel goed dat ze veel had gemist als opgroeiende tiener.
Zuchtend bekeek ze zichzelf in de passpiegel aan de binnenkant van de kastdeur, en draaide haar gezicht van links naar rechts.
‘Helen!’ klonk de scherpe stem van haar moeder.
Beneden schraapte de deur over het dikke tapijt, gevolgd door doffe voetstappen op de zoldertrap. Haar moeder stak haar hand door het kralengordijn wat in haar deuropening hing en schoof het opzij. ‘Waarom geef je geen antwoord?’
‘Ik was in gedachten,’ mompelde Helen, terwijl ze haar lange blonde haren tot net boven haar oren vasthield. ‘Misschien laat ik mijn haren afknippen.’
‘Ach liefje, jij bent toch helemaal geen type voor kort haar. Dat past helemaal niet bij je. Bovendien moet je dat iedere morgen in model brengen, daar heb jij het geduld niet voor.’ Ze betastte haar grijze knot. ‘Je kunt het beter opsteken, zoals ik, dat is veel gemakkelijker.’
Helen liet haar haren los.
‘Ik ga boodschappen doen, ga je mee?’ vroeg haar moeder die aanstalten maakte haar kledingkast te sluiten.
Helen hield haar tegen. ‘Nee, ik zoek iets om aan te trekken naar het feestje van Paulien.’
‘Het feestje van Paulien? Wanneer?’
‘Zaterdagavond.’
Haar moeders ogen werden groter. ‘In Amsterdam?’
‘Ja mam, in Amsterdam.’
‘Hoe kom je dan weer thuis?’
Ze haalde nonchalant haar schouders op. ‘Met de laatste trein denk ik.’
Haar moeder klemde haar lippen op elkaar en keek haar een moment bedenkelijk aan. ‘Weet je wel dat de trein ’s nachts vol zit met van die ongure types,’ zei ze toen. ‘Straks gebeurt er iets met je.’
Helen onderdrukte de neiging om met haar ogen te rollen.
‘Trouwens,’ ging haar moeder verder. ‘Je kent verder helemaal niemand op dat feestje. Het lijkt me geen goed idee. Ik zou er nog maar even goed over nadenken.’ Ze verliet de kamer en liep de trap af.
Even bleef Helen staan luisteren naar de houten kralen die wild tegen elkaar aantikten. Dit was dus typisch haar moeder. Ze uitte haar ongezouten mening en nog voordat je er ook maar iets tegenin kon brengen, was ze alweer verdwenen. Zuchtend volgde Helen haar naar beneden.

Haar vader zat onderuitgezakt in zijn stoel de krant te lezen, zijn in pantoffels gestoken voeten lagen over elkaar op de donkereiken salontafel.
‘Aad, heb je al gehoord wat Helen van plan is?’
Er klonk niet meer dat een zacht gemompel.
‘Ze wil zaterdagavond naar een feestje gaan,’ zei ze terwijl ze zijn voeten van de tafel duwde en het witte gehaakte kleedje gladstreek. ‘In Amsterdam.’
‘O, wat leuk.’
‘Aad! Luister je wel?’ siste ze en ze trok zijn krant opzij.
‘Ja, ik luister Joke. Helen gaat naar een feestje in Amsterdam,’ zei haar vader rustig terwijl hij haar over zijn leesbril aankeek.
‘Ze wil met de trein gaan,’ ging haar moeder verder.
Helen ontmoette haar vaders vragende blik.
‘Wat zit je nou schaapachtig te kijken, Aad. Je snapt toch wel wat dat betekent? Dan moet ze midden in de nacht over dat smerige station lopen, waar al die zwervers en drugsdealers rondhangen.’ Ze sloeg dramatisch een kruisje. ‘Straks wordt ze nog door één of andere viezerik gegrepen!’
‘Er is vast wel iemand die haar naar haar perron wil brengen, toch Helen?’
‘Wat bazel je nou! Dan zit ze toch helemaal alleen in die trein! Je hebt zeker dat verhaal niet gelezen wat laatst nog in de krant stond, van die arme meid die lastig werd gevallen in de trein. Er was niemand om haar te helpen, zelfs geen conducteur.’ Demonstratief sloeg ze haar armen over elkaar. ‘Jij kunt haar toch wel met de auto ophalen?’
‘Jezus! Echt niet!’ protesteerde Helen. ‘Ik ben tweeëntwintig hoor, geen twaalf!’
‘Niks mee te maken.’ Haar moeder draaide zich om en beende naar de keuken.
Haar vader vouwde zijn krant dicht en wreef vermoeid over zijn kale hoofd. ‘Ik kan je voor het station ophalen, niemand hoeft het te weten,’ probeerde hij.
Resoluut schudde ze haar hoofd. ‘Nee, ik wil het niet!’

Wordt vervolgd deel twee