• Sabine

    Sabine

    Schrijft, publiceerde 'Reflections of a brainjoshed mind', fantaseert en droomt, leest veel, fotografeert, Josh Groban fan, is gek op haar hondjes en schaapjes, houdt van de natuur, vindt sushi overheerlijk en mams kip het allerlekkerst.

    Bekijk volledige profiel →

  • Gepubliceerd

  • Voer je emailadres in en ontvang een mail als er een nieuw bericht op mijn website wordt geplaats

    Doe mee met 641 andere volgers

Een vogel voor de kat deel zestien ‘finale’

Een vogel voor de kat

Heb je deel vijftien al gelezen of wil je beginnen bij het begin?

‘Dat zijn ze volgens mij!’ Marie wees naar een zilvergrijs busje dat de straat in reed. De lach op haar gebruinde gezicht sprak boekdelen.
Onno kwam overeind uit zijn stoel.
Het busje stopte voor het appartementencomplex. De deur schoof open. Joris stapte als eerste uit, zoals gewoonlijk met zijn telefoon tegen zijn oor.
Grinnikend schudde Onno zijn hoofd. Sommige dingen veranderden nooit.
Joris hielp eerst Jennifer en toen Louise met uitstappen. Louise hielp Anna, die met één hand haar buik ondersteunde.
Nog drie maanden, dan zou hun tweede kleinkind geboren worden. Hij had de vliegtickets naar Nederland al klaarliggen.
‘Kijk eens hoe dik haar buik is!’ jubelde Marie. ‘Ik ga naar beneden.’ Ze drukte een innige kus op zijn lippen en verliet met een speels huppeltje het balkon.
Onno zag hoe Louise haar armen spreidde voor het blonde meisje dat al half uit het busje hing. Vol vertrouwen maakte ze een sprong en belandde met een grote zwaai op het trottoir. Ellen was de laatste die uit het busje stapte.
Ieder jaar weer kwamen de kinderen rond deze tijd naar Spanje om de verjaardag van hun kleindochter te vieren. Marion werd vier dit jaar. Jeffrey zou zo trots zijn geweest. Hij ademde diep in en liet de lucht langzaam tussen zijn lippen ontsnappen.
Het was een vogel geweest. Een vogel had de dood van zijn zoon veroorzaakt. Het dier was met zo’n harde klap tegen de vooruit gevlogen, dat Jeffrey van schrik de macht over het stuur was verloren. Het was een noodlottig ongeval geweest, dat iedereen had kunnen overkomen. Er was geen schuldige. Het had echter maanden geduurd voor hij zijn verrekijker weer tegen zijn ogen had kunnen zetten zonder dat zijn blik vertroebelde. Een hele tijd had hij zelfs gedacht dat hij nooit meer zou kunnen genieten van de aanblik van een vogel.
Hij keek naar de zee en naar de krijsende meeuwen, zwevend boven de bruisende golven.
‘Opa!’ klonk het van beneden.
Zijn kleindochter stond uitbundig te zwaaien en zond hem kushandjes toe.  Lachend stuurde hij haar kushandjes terug.

Creativiteit

Creativiteit is mijn levenslust.
Toch blijf ik soms maar ronddraaien en krijg ik er geen vat op.
Misschien sta ik wel gewoon stil, is het mijn verhaal dat om míj heen draait en spelen mijn personages een spel: ‘Pak ons dan! Jij bent de enige die het kan!’ roepen ze met z’n allen. ‘Zonder jou blijven wij eeuwig dwalend!’

Uitgelicht door de Schrijversacademie

Een paar weken geleden kreeg ik van de Schrijversacademie een e-mail. Ik was als student uitgelicht voor de nieuwsbrief en kreeg de vraag of ik mee wilde werken aan een klein interview. Natuurlijk wilde ik dat! Gisteren kwam de nieuwsbrief uit. Het is een leuk stukje geworden. Ik hoop dat het veel mensen zal inspireren ook een opleiding aan de Schrijversacademie te beginnen. Het is leerzaam, inspirerend, motiverend en zeer de moeite waard.

 

Nieuwsbrief mei 2014 uitgelicht 1

Nieuwsbrief mei 2014 uitgelicht 2

Nieuwsbrief mei 2014 uitgelicht

Een jaar later…

Inzending voor de schrijfwedstrijd met het thema ‘PIJN’ van het literair/cultureel tijdschrift Wassily’s frisbee

Moeder overleed vandaag, een jaar geleden.
Toen de donkere hemel werd verlicht door uiteenspattend geweld, had zij van ons al afscheid genomen en wij van haar. Het was enkel nog wachten op de laatste zucht.
Soms vraag ik me af of ze het vuurwerk nog hoorde en of ze zich toen realiseerde dat haar nieuwe jaar misschien maar enkele uren zou duren. Misschien vroeg ze zich af of ze daarboven werd opgewacht met oliebollen en champagne.
Door een waas keek ik toen omhoog, net als nu, maar de pijn is anders. Het houdt me niet voortdurend meer gevangen. Het duister heeft plaatsgemaakt voor aarzelend licht.
Ik kijk naar het vuurwerk, maar zie het niet. Mijn zus en ik, we houden elkaar vast, moederloos en in het besef dat het nooit meer zoals vroeger zal zijn.
‘We moeten papa even bellen,’ zeg ik.
‘Daar heb ik geen zin in,’ is het korte antwoord.
Ik zucht.
‘Hij kan zelf ook bellen,’ vervolgt ze.
‘Misschien vindt hij het moeilijk.’
Ze snuift.
Ik zeg niets meer.
Het afgelopen jaar was een zware beproeving, want verder moeten zonder moeder was niet alles. We verloren ook onze vader.
We wisten dat hij niet alleen zou blijven. Hij kon nu eenmaal niet alleen zijn.
Het was nota bene moeder die ons erop voorbereid had. Het was duidelijk wat zij wenste voor haar man, die zij vroegtijdig moest verlaten, maar niemand had kunnen voorspellen dat de eenzaamheid hem zo snel in de armen van een ander zou drijven.
Afsluiten! Doorgaan! Leven! waren zijn woorden.
Rustig aan! Niet zo snel! Gun ons tijd! schreeuwden wij zonder geluid.
Gevoelens wisselden elkaar in razendsnel tempo af.
Medelijden, hij was zijn vrouw verloren.
Verontwaardiging, mama leek vergeten.
Schaamte naar de buitenwereld.
Begrip, we wilden hem gelukkig zien.
Boosheid en verdriet, er leek geen plek voor ons te zijn.
Vreemde vingers gingen door moeders spullen, de vingers van een onbekende vrouw. Haar jaloezie en bezitterigheid waren verpakt in prachtige woorden. Dozen werden ingepakt, de foto naast vaders bed vervangen. Moeders aanwezigheid werd stilletjes verdreven.
Haar zogenaamde hulp was respectloos, maar gaf hem lucht, hield hem boven water dus lieten we het maar zo, terwijl wij stilletjes verdronken, die eerste paar maanden van het jaar.
‘Meiden,’ klinkt een bekende stem achter ons en tegelijk draaien we om.
Daar staat hij, onze vader. Alleen.
Zwijgend kijken we naar hem op, woorden zijn niet nodig.
Hij spreidt zijn armen.
Soms wil een mens niets liever dan weglopen, voor zichzelf en voor de wereld, maar er komt een dag dat hij achteromkijkt en beseft dat hij iets waardevols heeft laten liggen. Alleen de sterksten durven terug te keren om de waarheid onder ogen te zien en het verdriet toe te laten.

Copyright: S. Van Deudekom