Een vogel voor de kat deel zestien ‘finale’

Een vogel voor de kat

Heb je deel vijftien al gelezen of wil je beginnen bij het begin?

‘Dat zijn ze volgens mij!’ Marie wees naar een zilvergrijs busje dat de straat in reed. De lach op haar gebruinde gezicht sprak boekdelen.
Onno kwam overeind uit zijn stoel.
Het busje stopte voor het appartementencomplex. De deur schoof open. Joris stapte als eerste uit, zoals gewoonlijk met zijn telefoon tegen zijn oor.
Grinnikend schudde Onno zijn hoofd. Sommige dingen veranderden nooit.
Joris hielp eerst Jennifer en toen Louise met uitstappen. Louise hielp Anna, die met één hand haar buik ondersteunde.
Nog drie maanden, dan zou hun tweede kleinkind geboren worden. Hij had de vliegtickets naar Nederland al klaarliggen.
‘Kijk eens hoe dik haar buik is!’ jubelde Marie. ‘Ik ga naar beneden.’ Ze drukte een innige kus op zijn lippen en verliet met een speels huppeltje het balkon.
Onno zag hoe Louise haar armen spreidde voor het blonde meisje dat al half uit het busje hing. Vol vertrouwen maakte ze een sprong en belandde met een grote zwaai op het trottoir. Helen was de laatste die uit het busje stapte.
Ieder jaar weer kwamen de kinderen rond deze tijd naar Spanje om de verjaardag van hun kleindochter te vieren. Marion werd vier dit jaar. Jeffrey zou zo trots zijn geweest. Hij ademde diep in en liet de lucht langzaam tussen zijn lippen ontsnappen.
Het was een vogel geweest. Een vogel had de dood van zijn zoon veroorzaakt. Het dier was met zo’n harde klap tegen de vooruit gevlogen, dat Jeffrey van schrik de macht over het stuur was verloren. Het was een noodlottig ongeval geweest, dat iedereen had kunnen overkomen. Er was geen schuldige. Het had echter maanden geduurd voor hij zijn verrekijker weer tegen zijn ogen had kunnen zetten zonder dat zijn blik vertroebelde. Een hele tijd had hij zelfs gedacht dat hij nooit meer zou kunnen genieten van de aanblik van een vogel.
Hij keek naar de zee en naar de krijsende meeuwen, zwevend boven de bruisende golven.
‘Opa!’ klonk het van beneden.
Zijn kleindochter stond uitbundig te zwaaien en zond hem kushandjes toe.  Lachend stuurde hij haar kushandjes terug.

Creativiteit

Creativiteit is mijn levenslust.
Toch blijf ik soms maar ronddraaien en krijg ik er geen vat op.
Misschien sta ik wel gewoon stil, is het mijn verhaal dat om míj heen draait en spelen mijn personages een spel: ‘Pak ons dan! Jij bent de enige die het kan!’ roepen ze met z’n allen. ‘Zonder jou blijven wij eeuwig dwalend!’

Uitgelicht door de Schrijversacademie

Een paar weken geleden kreeg ik van de Schrijversacademie een e-mail. Ik was als student uitgelicht voor de nieuwsbrief en kreeg de vraag of ik mee wilde werken aan een klein interview. Natuurlijk wilde ik dat! Gisteren kwam de nieuwsbrief uit. Het is een leuk stukje geworden. Ik hoop dat het veel mensen zal inspireren ook een opleiding aan de Schrijversacademie te beginnen. Het is leerzaam, inspirerend, motiverend en zeer de moeite waard.

 

Nieuwsbrief mei 2014 uitgelicht 1

Nieuwsbrief mei 2014 uitgelicht 2

Nieuwsbrief mei 2014 uitgelicht

Alledaagse bezigheid omtoveren tot…

Vandaag heb ik me eens bezig gehouden met een paar schrijfopdrachten die via SchrijvenOnline opgegeven worden.
Een van die opdrachten was om een alledaagse bezigheid op zo’n manier te beschrijven, dat het eigenlijk een klein wonder wordt.
Zo gezegd, zo gedaan:

1544964_612701278796610_953511748_n

Daar ga je dan, klein kuipje genot. Voorzichtig haal ik het hendel naar beneden.
Prik, het apparaat begint te ratelen. De bruine aromatische vloeistof loopt de brede, zorgvuldig uitgekozen kop in. Het aroma verspreidt zich in de lucht en weet mijn neus op een aangename manier te prikkelen.
Ik giet de romige melk, in de opschuimer en druk op het knopje, die rood oplicht. De melk wordt verwarmd tot de perfecte temperatuur, weet ik, en terwijl ik door het doorzichtige deksel de schuimkraag omhoog zie kruipen, lik ik langs mijn lippen. Ik wacht tot het rode lichtje uit is en pak alvast een spateltje.
Dan is daar het leukste moment. Voorzichtig strijk ik langs de wanden van de opschuimer en zie het zachte, dikke schuim langzaam mijn kop inglijden. Nu rest mij enkel nog het aanbrengen van het zoetje.
De korrels rietsuiker glinsteren bovenop de witte massa.
Ik ga op de bank zitten, roer voorzichtig door mijn kop en neem mijn eerste slok. Tevreden lik ik mijn cappuccinosnor weg. Wat een goddelijk bakkie!

Copyright: S.van Deudekom

Hakkie, takkie, weg zakkie!

Gisteren kwam ik buiten een buurtbewoonster tegen met haar drie teckeltjes, of …
Eén, twee…huh? Waar was nummer drie gebleven?
Haar jongste teckel, Bram, bleek de laatste weken kuren te hebben. Hij is niet zo lang geleden gecastreerd en sindsdien is hij nogal uit zijn hum.
Nu worden reuen over het algemeen juist een stuk rustiger na een castratie, maar nee, Bram niet. Hij luistert niet meer en is vervelend en snauwerig tegen andere hondjes. Arme Bram, dacht ik. Hij voelt zich vast aangetast in zijn mannelijkheid.

Mijn hond Hobey moest het afgelopen zomer ook ondergaan. Hij zat zichzelf zo verschrikkelijk in de weg. Hij had geen rust meer in zijn kont, maakte ruzie en steeds vaker lag hij hevig te trillen en te piepen, zo zielig.
Hij ontsnapte meerdere malen uit de tuin. Dan ging hij verlangend voor de deur van een buurhondje (lees: lekker teefje) zitten, om haar en haar baasjes, zijn meest verleidelijke serenade te brengen. Jankend als een wolf, zong hij om hun aandacht.
Hij presteerde het zelfs om bijna de plas over te zwemmen, waaraan wij wonen, omdat aan de overkant een hondje (lees: nog lekkerder teefje) werd uitgelaten. We moesten hem met ons bootje achterna varen om hem uit het water te vissen. Dat was wel zo’n beetje de druppel dus HAKKIE, TAKKIE, WEG ZAKKIE!
Nu is hij rustig en gehoorzaam. Hij kan weer al zijn aandacht besteden aan het sjouwen met stokken, het speuren naar konijntjes en het apporteren van ballen. Zijn eigen ballen zijn al lang vergeten…

Niet veel later kwamen we haar weer tegen, deze keer met Bram. Met enige terughoudendheid liet ik Hobey naar hem toegaan en wat er toen gebeurde, was zo grappig. Het vroeg gewoon om een menselijke interpretatie.

‘Hé Bram. Hoe gaat het?’ vroeg Hobey, terwijl hij kwispelend dichterbij kwam.
‘Klote,’ zei Bram verdrietig. ‘Ze hebben m’n ballen weggehaald. Ik voel me net een mietje.’
Hobey stak zijn neus in zijn oor. ‘Ach wat vervelend voor je. Ik weet wat het is. Ik heb ook geen ballen meer.’
‘Echt waar?’ zei Bram. Zijn staart zwaaide voorzichtig heen en weer.
‘Ja, echt. Je bent niet de enige en het went vanzelf.’ Hobey haalde zijn neus uit zijn oor en stak zijn poot naar hem uit. ‘Kop op, joh.’
‘Maar ik ben verminkt.’
Hobey keek onder zijn buik. ‘Je ziet er bijna niets van.’
‘Echt niet?’ vroeg Bram.
Hobey bekeek en besnuffelde zijn litteken. ‘Nee, echt niet.’
Bram was opgelucht. Misschien viel het dan toch allemaal mee.
‘Volgende keer weer spelen?’ vroeg Hobey, die weer zijn poot naar hem uitstak.
‘Doen we!’

Copyright: S. van Deudekom

Een geheime plek

Hier is rust. Rust en stilte. Soms is het zelfs alsof de wereld daarbuiten niet bestaat. De chaos, de problemen, de mensen die je omver duwen of aan je trekken, ze bestaan even niet meer en dan beeld ik mij in dat dit een geheime plek is. Dat dit park achter de dijk niet zichtbaar is voor anderen en ik me hier kan verstoppen. Vanuit de serre kijk ik uit over de plas. Gisteren stond er veel wind. De schuimkoppen stonden op het water en ik hoorde de boot de gehele dag ritmisch tegen de zijkant van de steiger bonken. Nu is het wateroppervlak zo glad als een spiegel en kan ik er de voorbijdrijvende wolken in zien. De watervogels die gisteren nog beschutting zochten in de sloten, zijn teruggekomen. Ik kijk naar het zwanenkoppel, onafscheidelijk en weer met zijn tweeën. Een paar weken geleden kregen de jongen vliegles en wist ik dat het niet lang meer zou duren. Nu zijn ze verdwenen en hebben vader en moeder het druk met het verdedigen van hun territorium want ze dulden hier geen andere zwanen. Het is hun plas, hun thuis. Iedere indringer wordt direct verjaagd. Was ik maar een beetje zoals een zwaan, standvastig en niet bang om te vechten voor mezelf en mijn plek in deze wereld. Mijn twee eendjes zwemmen langs en draaien hun kopjes opzij. Ze zien me staan achter het grote raam en hopen waarschijnlijk dat ik naar buiten kom om ze te verwennen. Via het houten trapje komen ze uit het water. Al snel staan de twee dikzakken brutaal kwakend op de vlonder en dat terwijl het eerst van die bangeschijters waren. Aan het begin van deze zomer zwommen ze nog weg zodra ik in de buurt kwam, maar ik had geduld en het duurde dan ook niet lang tot ze handtam waren. Ik tuur naar de overkant van het water. De herfst heeft zijn intrede gedaan. Je ziet de kleuren van de bomen aan de overkant met de dag veranderen. Ook de tuin ziet er al kaal uit. Vorige week besloot mijn man de knotwilgen alvast te snoeien. Ineens kon ik de overbuurvrouw aan de andere kant van de sloot weer zien. Ik snoeide de lavendel, trok de eenjarige planten uit de grond, knipte uitgebloeide bloemen uit mijn geliefde vlinderstruiken en plantte alvast bolletjes voor het voorjaar. Verlangend kijk ik naar de lege plek op de vlonder waar niet zo lang geleden nog een hangmat stond. Ja, het zonnebaden en zwemmen is nu echt voorbij. Nog even en ik kan mijn winterjas weer uit de kast trekken. Wie weet, vriest dit jaar de plas helemaal dicht en kunnen we voor het eerst schaatsen. Ach, zo heeft ieder seizoen zijn charme.